ECLI:NL:GHSGR:2010:BM3880
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Kamminga
- Van Leuven
- Van der Kuijl
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep tegen ontheffing ouderlijk gezag moeder
De moeder kwam in hoger beroep tegen een beschikking van de rechtbank Rotterdam waarin zij ontheven werd van het ouderlijk gezag over haar minderjarige kind. De zaak betrof de vraag of de ontheffing van het gezag terecht was en of het beroep ontvankelijk was.
Het hof stelde vast dat de moeder het beroep te laat had ingediend. De oorspronkelijke beschikking was gedateerd op 20 juli 2009, en de beroepstermijn liep derhalve af op 20 oktober 2009. De moeder diende het beroepschrift pas op 5 januari 2010 in. Hoewel de rechtbank een herstelbeschikking had afgegeven waarin de datum van uitspraak werd gewijzigd naar 5 oktober 2009 om de beroepstermijn te verlengen, oordeelde het hof dat deze herstelbeschikking geen rechtsgevolg had voor de beroepstermijn.
Het hof overwoog dat er geen sprake was van een kennelijke misslag zoals bedoeld in artikel 31 Rv Pro, aangezien de datum van de oorspronkelijke uitspraak niet betwist werd. De moeder had voldoende tijd gehad om tijdig beroep in te stellen, ook rekening houdend met de late toezending van de beschikking. Daarom werd het beroep niet-ontvankelijk verklaard.
De inhoudelijke beoordeling van de ontheffing van het gezag bleef achterwege, omdat het beroep niet ontvankelijk werd verklaard. De uitspraak werd gedaan op 14 april 2010 door het Gerechtshof 's-Gravenhage.
Uitkomst: Het hof verklaart het hoger beroep van de moeder niet-ontvankelijk wegens overschrijding van de beroepstermijn.