ECLI:NL:GHSGR:2010:BL8583
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Kamminga
- Van den Wildenberg
- Van der Kuijl
- Rechtspraak.nl
Bekrachtiging verlenging uithuisplaatsing minderjarige wegens belang kind
In deze zaak staat de verlenging van de uithuisplaatsing van een minderjarige centraal. De minderjarige verblijft sinds 2003 in een pleeggezin en is onder toezicht gesteld vanwege ontwikkelingsproblemen en hechtingsproblematiek. De moeder is in hoger beroep gekomen tegen de verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing.
De moeder voert meerdere grieven aan, waaronder dat onvoldoende onderzoek is gedaan naar terugplaatsing en dat Jeugdzorg niet adequaat heeft gehandeld. Ook stelt zij dat de uithuisplaatsing in strijd is met artikel 8 EVRM Pro. Jeugdzorg betwist dit en stelt dat terugplaatsing niet mogelijk is vanwege de problematiek van het kind en de stabiliteit die het pleeggezin biedt.
Het hof oordeelt dat het belang van de minderjarige bij continuering van de stabiele en veilige opvoedingssituatie in het pleeggezin zwaarder weegt dan het recht van de moeder op opvoeding. De uithuisplaatsing is noodzakelijk voor de verzorging en opvoeding van het kind. De grieven van de moeder worden verworpen en de bestreden beschikking wordt bekrachtigd.
Uitkomst: De verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van de minderjarige wordt bekrachtigd vanwege het belang van het kind bij continuering van de stabiele opvoedingssituatie.