ECLI:NL:GHSGR:2009:BJ4895
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- M.H. van Coeverden
- R.C. Schlingemann
- K. Aantjes
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep inzake leeftijdsdiscriminatie bij verplicht pensioenontslag UWV
Deze zaak betreft een hoger beroep van het UWV tegen een vonnis van de kantonrechter over de beëindiging van het dienstverband van een medewerker op grond van een verplichte pensioenleeftijd die lager ligt dan 65 jaar. De medewerker, geboren in 1945, werd geconfronteerd met een pensioenleeftijd van 61 jaar volgens een overgangsregeling in de CAO, terwijl de reguliere pensioenleeftijd voor anderen 65 jaar is.
Het geschil draait om de vraag of het leeftijdsonderscheid in de CAO, dat een verplicht pensioenontslag op een lagere leeftijd mogelijk maakt, objectief gerechtvaardigd is volgens de Wet gelijke behandeling op grond van leeftijd bij de arbeid (WGBLA). UWV voerde aan dat het onderscheid gerechtvaardigd is vanwege een zwaarwegend bedrijfsbelang en de noodzaak tot personeelsreductie, ondersteund door een Sociaal Plan en afspraken met vakbonden.
Het hof oordeelt dat het beleid van UWV niet in lijn is met het nationale arbeidsmarktbeleid dat langer doorwerken stimuleert. De overgangsregeling en de kosten daarvan kunnen het leeftijdsonderscheid niet objectief rechtvaardigen. Bovendien ontvangen de betrokken medewerkers geen uitkering uit het Sociaal Plan, wat het onderscheid extra zwaarwegend maakt. Het hof verklaart de bepalingen in de CAO die het onderscheid mogelijk maken nietig en bekrachtigt het vonnis van de kantonrechter, waarbij UWV wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het hof verklaart het leeftijdsonderscheid in de CAO nietig en bekrachtigt het vonnis van de kantonrechter.