ECLI:NL:GHSGR:2007:BB5886
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Veroordeling voor meineed door het afleggen van een valse verklaring onder ede
Het gerechtshof te 's-Gravenhage heeft op 12 oktober 2007 uitspraak gedaan in hoger beroep tegen verdachte, die ten laste werd gelegd dat hij als getuige in een strafzaak onder ede een valse verklaring heeft afgelegd, hetgeen het strafbare feit van meineed oplevert.
In eerste aanleg werd verdachte veroordeeld tot een taakstraf van 100 uur, subsidiair 50 dagen hechtenis, en een voorwaardelijke gevangenisstraf van één maand met een proeftijd van twee jaar. Tegen dit vonnis stelde verdachte hoger beroep in.
Het hof heeft het vonnis van de politierechter vernietigd en opnieuw recht gedaan. Het achtte wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, maar sprak verdachte vrij van hetgeen meer of anders was tenlastegelegd. De strafbaarheid van verdachte werd bevestigd, zonder dat er strafuitsluitingsgronden waren.
De strafmotivering berustte op de ernst van het feit, de omstandigheden waaronder het werd gepleegd en de persoonlijke omstandigheden van verdachte. Het hof legde een taakstraf van 100 uur op, met vervangende hechtenis van 50 dagen, passend geacht gezien het feit dat meineed de rechtsgang belemmert en niet getolereerd kan worden. Verdachte had geen eerdere soortgelijke veroordelingen.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot een taakstraf van 100 uur, met vervangende hechtenis van 50 dagen wegens meineed.