ECLI:NL:GHSGR:2006:AY9821
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- J. Borgesius
- C.G.M. van Rijnberk
- S.K. Welbedacht
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak ambtenaar wegens onvoldoende bewijs aannemen giften van aannemer
In deze strafzaak stond een ambtenaar van Rijkswaterstaat terecht wegens het aannemen van giften van een aannemersbedrijf met het oogmerk hem te bewegen in strijd met zijn plicht iets te doen of na te laten. Het hof oordeelde dat niet wettig en overtuigend was bewezen dat de verdachte wist dat de giften, waaronder reizen naar het buitenland en bezoeken aan uitgaansgelegenheden, bedoeld waren als omkoping.
Het hof nam mee dat de reizen mede zakelijke doeleinden dienden, zoals het bezoeken van fabrieken en projecten relevant voor de functie van de verdachte. Ook werd vastgesteld dat dergelijke reizen destijds vaker voorkwamen met instemming van de werkgever en dat de omgangsvormen tussen overheid en aannemers destijds minder strikt waren dan nu.
Daarnaast verklaarde het hof een deel van de dagvaarding nietig en stelde vast dat een deel van de feiten was verjaard. Het openbaar ministerie werd niet-ontvankelijk verklaard voor de feiten die vóór 8 maart 1996 waren gepleegd. Uiteindelijk sprak het hof de verdachte vrij wegens onvoldoende bewijs van schuld.
De zaak illustreert de hoge eisen die worden gesteld aan het bewijs van het verband tussen giften en het plichtsverzuim van een ambtenaar, evenals de betekenis van de context en gangbare gebruiken binnen de overheid en de aannemersbranche in die periode.
Uitkomst: De verdachte is vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs dat hij wist dat de giften bedoeld waren om hem te bewegen in strijd met zijn plicht te handelen.