ECLI:NL:GHSGR:2006:AY8791
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- J.M.E. In ’t Velt-Meijer
- A.A. Schuering
- C.G. Beyer-Lazonder
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over bewijs arbeidsgerelateerde gezondheidsklachten door blootstelling aan oplosmiddelen
In deze civiele zaak stond centraal of de werknemer kon aantonen dat zijn gezondheidsklachten, waaronder een geheugenstoornis, het gevolg waren van langdurige blootstelling aan organische oplosmiddelen tijdens zijn dienstverband bij Atofina Vlissingen B.V. Het hof heeft uitgebreid getuigenverklaringen en deskundigenrapporten bestudeerd over de aard, duur en concentratie van de blootstelling.
De getuigen bevestigden dat blootstelling aan oplosmiddelen plaatsvond, onder meer door open systemen, storingen en calamiteiten, maar de mate en frequentie daarvan waren onduidelijk en verschilden per getuige. Er werd ook rekening gehouden met het gebruik van persoonlijke beschermingsmiddelen zoals maskers en kappen, en met ventilatiesystemen in de productiehallen.
Deskundigenrapporten, met name van arbeidstoxicoloog Van Rooij, concludeerden dat de gemiddelde blootstelling gedurende de jaren 1980-1996 ver onder de wettelijke MAC-waarden bleef. Kritiek op deze rapporten werd door het hof gemotiveerd weerlegd. Het hof oordeelde dat de werknemer niet aannemelijk heeft gemaakt dat de blootstelling voldoende was om zijn gezondheidsklachten te veroorzaken volgens het geldende protocol voor Organisch Psycho Syndroom (OPS).
Daarom werd het vonnis van de rechtbank vernietigd en de vorderingen van de werknemer afgewezen. De vraag of de werkgever aan zijn zorgplicht had voldaan werd niet meer behandeld. De werknemer werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De vorderingen van de werknemer worden afgewezen omdat hij niet heeft bewezen dat zijn gezondheidsklachten arbeidsgerelateerd zijn.