ECLI:NL:GHSGR:2005:AT4198
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- Crabbendam
- Savelbergh
- Rechtspraak.nl
Zakelijke motieven voor afsplitsing bij fusie technische gassen bevestigd door gerechtshof
Belanghebbende, een besloten vennootschap, had een verzoek ingediend om te verklaren dat aan een voorgenomen afsplitsing zakelijke motieven ten grondslag lagen. Deze afsplitsing was onderdeel van een grotere fusie tussen ondernemingen in de technische gassenmarkt, waarbij activiteiten werden afgestoten op last van de Europese Commissie.
De Inspecteur had dit verzoek afgewezen met het argument dat de afsplitsing vooral was ingegeven door aandeelhoudersmotieven en dat de faciliteit van artikel 14a van de Wet op de vennootschapsbelasting niet van toepassing was. Tevens werd betoogd dat de regeling niet bedoeld was voor grensoverschrijdende fusies en dat de afsplitsing niet zakelijk was.
Het hof oordeelde dat de afsplitsing wel degelijk zakelijke motieven had, mede vanwege de noodzaak om een levensvatbaar bedrijfsonderdeel af te splitsen conform de voorwaarden van de Europese Commissie. De verkoop van de afgesplitste aandelen aan een derde partij stond het zakelijke karakter niet in de weg. Ook werd geoordeeld dat de faciliteit van artikel 14a van toepassing was en dat het beroep van belanghebbende gegrond was.
Het hof vernietigde het besluit van de Inspecteur, wijzigde de beschikking in het voordeel van belanghebbende, en veroordeelde de Inspecteur in de proceskosten en het griffierecht.
De uitspraak bevestigt dat afsplitsingen die plaatsvinden in het kader van fusies en herstructureringen, ook indien aandelen worden doorverkocht, onder zakelijke motieven kunnen vallen en fiscaal gefaciliteerd kunnen worden.
Uitkomst: Het hof oordeelt dat de afsplitsing zakelijke motieven heeft en wijzigt de beschikking van de Inspecteur in het voordeel van belanghebbende.