ECLI:NL:HR:2006:AU8201
Hoge Raad
- Cassatie
- A.E.M. van der Putt-Lauwers
- D.G. van Vliet
- P. Lourens
- C.B. Bavinck
- E.N. Punt
- Rechtspraak.nl
Toepassing splitsingsfaciliteit bij vooraf overeengekomen verkoop aandelen
De Inspecteur had beslist dat aan de door belanghebbende voorgestelde splitsing niet in overwegende mate zakelijke overwegingen ten grondslag lagen, waardoor de splitsingsfaciliteit niet kon worden toegepast. Het Hof verklaarde het beroep van belanghebbende gegrond, vernietigde de uitspraak van de Inspecteur en oordeelde dat de faciliteit wel van toepassing was.
De Staatssecretaris stelde beroep in cassatie in tegen dit oordeel. De Hoge Raad bevestigde dat het tegenbewijs tegen het wettelijke vermoeden van het ontbreken van zakelijke overwegingen ook kan slagen indien vooraf een verkoop van de aandelen is overeengekomen. De Hoge Raad oordeelde dat het Hof ten onrechte geen beslissing had genomen over het verzoek van belanghebbende tot schadevergoeding op grond van de Algemene wet bestuursrecht.
Daarom vernietigde de Hoge Raad het hofarrest voor zover het geen beslissing bevatte over de schadevergoeding en verwees de zaak naar het Gerechtshof Amsterdam voor verdere behandeling. Tevens veroordeelde de Hoge Raad de Staatssecretaris in de proceskosten.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart het principale beroep ongegrond, het incidentele beroep gegrond, vernietigt het hofarrest voor zover het geen beslissing over schadevergoeding bevat en verwijst de zaak terug.