ECLI:NL:GHSGR:2004:AR7402
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- Tijnagel
- Savelbergh
- Van Walderveen
- Rechtspraak.nl
Belastingplicht en woonplaats bij tijdelijke emigratie naar Curaçao
Belanghebbende, algemeen directeur van een internationaal concern, vertrok eind 1996 met zijn echtgenote naar Curaçao met het voornemen tijdelijk te verblijven vanwege fiscale redenen. Ondanks het verblijf op Curaçao bleven zij hun woning, verzekeringen, bankrekeningen en medische contacten in Nederland behouden. Belanghebbende bezocht regelmatig Nederland en behield ook persoonlijke en economische banden met Nederland.
De Inspecteur legde een aanslag inkomstenbelasting op wegens binnenlandse belastingplicht over 1998, waarbij belanghebbende bezwaar maakte. Het geschil betrof onder meer de vraag of belanghebbende zijn woonplaats naar Curaçao had verplaatst en of de Inspecteur ten onrechte de bewijslast had omgekeerd.
Het hof oordeelde dat belanghebbende zijn duurzame banden met Nederland niet had verbroken en daarom binnenlands belastingplichtig was voor het gehele jaar 1998. De omkering van de bewijslast was onterecht toegepast. Verder bevestigde het hof dat de vergoeding voor het tijdelijk recht van vruchtgebruik en het loon uit dienstbetrekking terecht in het belastbare inkomen waren betrokken. Ook werd de bijtelling privégebruik auto gehandhaafd.
Het beroep van belanghebbende werd ongegrond verklaard en de aanslag gehandhaafd.
Uitkomst: Het hof verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de aanslag inkomstenbelasting wegens binnenlandse belastingplicht over 1998.