ECLI:NL:RBAMS:2001:AD5311
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Th.J.M. Gijsberts
- H.A. van Eijk
- J.H.M. van de Ven
- Rechtspraak.nl
Veroordeling wegens opzettelijke doodslag op echtgenote
De rechtbank Amsterdam heeft op 8 november 2001 uitspraak gedaan in de zaak tegen verdachte, die wordt verdacht van het opzettelijk doden van zijn echtgenote Angelique van Leijenhorst. De zaak werd behandeld door de zevende meervoudige kamer na terechtzittingen op 24 en 25 oktober 2001.
De verdediging voerde verweren aan tegen de inzet van een politiële informant in het Huis van Bewaring, stellende dat dit een onrechtmatige inbreuk op de persoonlijke levenssfeer en het fair trial-beginsel opleverde. De rechtbank oordeelde echter dat de inzet van de informant rechtmatig was en niet in strijd met het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens, mede omdat het opsporingsmiddel proportioneel en subsidiariteit betrachtte.
De rechtbank achtte wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zijn echtgenote op 10 november 2000 opzettelijk van het leven heeft beroofd. De ernst van het feit en de persoonlijkheidskenmerken van verdachte, waaronder een persoonlijkheidsstoornis met antisociale en narcistische trekken, leidden tot een gevangenisstraf van 12 jaar. De rechtbank benadrukte het leed voor de nabestaanden en het maatschappelijke belang van de strafoplegging.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot 12 jaar gevangenisstraf voor het opzettelijk doden van zijn echtgenote.