ECLI:NL:GHSGR:2004:AP9605
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- Savelbergh
- Van Walderveen
- Dirks
- Rechtspraak.nl
Beoordeling zakelijk karakter leningverstrekking aan dochtervennootschap voor vennootschapsbelasting
Belanghebbende, houdster van 75% van B B.V., die op haar beurt 100% van C B.V. hield, verstrekte in 1995 leningen aan beide vennootschappen zonder zekerheden en met rente bijschrijving. De financiële positie van C was in 1995 niet zodanig slecht dat terugbetaling niet verwacht kon worden, ondanks latere verliezen en beëindiging van activiteiten in 1998.
De Inspecteur stelde dat de leningen onzakelijk waren en dat sprake was van kapitaalverstrekking, hetgeen door het hof niet werd gevolgd. Het hof stelde vast dat alleen de financiële positie van de dochtervennootschap bepalend is voor kredietwaardigheid en dat de leningvoorwaarden en omstandigheden onvoldoende waren om onzakelijkheid aan te nemen.
Het hof oordeelde dat de Inspecteur niet aannemelijk had gemaakt dat belanghebbende niet zakelijk handelde, dat geen intentie bestond tot kapitaalverstrekking, en dat het niet aanstonds duidelijk was dat de lening niet of niet volledig terugbetaald zou worden. De correctie van de Inspecteur werd daarom vernietigd, de aanslag verminderd tot nihil en het verlies vastgesteld op ƒ 491.819.
Daarnaast werden de proceskosten aan de zijde van belanghebbende toegewezen en het betaalde griffierecht vergoed. De uitspraak werd op 7 juli 2004 in het openbaar uitgesproken door het hof te 's-Gravenhage.
Uitkomst: Het hof verklaart het beroep gegrond, vernietigt de aanslagcorrectie en stelt het verlies vast op ƒ 491.819.