ECLI:NL:GHSGR:2004:AO9364
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- Sanders
- Tromp
- Beelen
- Rechtspraak.nl
Navorderingsaanslag inkomstenbelasting onterecht wegens niet in buitenland opgekomen inkomen
Belanghebbende, directeur en groot-aandeelhouder van A B.V., werd geconfronteerd met een navorderingsaanslag inkomstenbelasting over 1996 vanwege provisiebetalingen die via B B.V. en een Nederlandse bankrekening werden ontvangen. De Inspecteur stelde dat deze provisies in het buitenland waren opgekomen, waardoor navordering mogelijk was op grond van artikel 16 lid 4 van Pro de Algemene wet inzake rijksbelastingen (AWR).
Het geschil betrof de vraag of de Inspecteur bevoegd was tot navordering, omdat de provisiebetalingen niet als in het buitenland opgekomen inkomen konden worden aangemerkt. Het hof oordeelde dat belanghebbende het voordeel had genoten vanuit een in Nederland gevestigde vennootschap en dat de betalingen via Nederlandse bankrekeningen liepen. De oorsprong van de betalingen in Duitsland was onvoldoende om navordering op grond van artikel 16 lid 4 AWR Pro te rechtvaardigen.
Daarom werd het beroep van belanghebbende gegrond verklaard, de navorderingsaanslag en de boetebeschikking vernietigd, en de Inspecteur veroordeeld in de proceskosten. Tevens werd het betaalde griffierecht aan belanghebbende vergoed.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en de navorderingsaanslag vernietigd wegens het ontbreken van bevoegdheid tot navordering op grond van artikel 16 lid 4 AWR.