ECLI:NL:GHLEE:2012:BY6006
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling toepassing tonnageregime op baten uit overdracht en kosten in vennootschapsbelasting 2001
Belanghebbende, een vennootschap, stelde dat de baten van € 407.564 in 2001 onder het tonnageregime vielen, terwijl de Inspecteur dit ontkende. De Rechtbank had het beroep van belanghebbende ongegrond verklaard. Het Gerechtshof bevestigt deze uitspraak en verklaart het incidentele hoger beroep van de Inspecteur niet-ontvankelijk wegens gebrek aan belang.
De zaak betrof de vraag of de winst uit de overdracht van de economische eigendom van een schip en een winstopslag op kosten die aan een commanditaire vennootschap werden doorberekend, binnen het tonnageregime vielen. Het hof oordeelde dat deze baten niet direct samenhangen met de exploitatie van het schip en daarom buiten het tonnageregime vallen, mede gelet op een arrest van de Hoge Raad.
Belanghebbende voerde ook een beroep op het vertrouwensbeginsel aan, omdat de Inspecteur eerder kosten onder het tonnageregime had geplaatst, maar het hof verwierp dit. Het hof stelde dat niet aannemelijk was dat belanghebbende mocht vertrouwen dat ook deze baten onder het tonnageregime zouden vallen. De heffingsrente werd niet betwist. De proceskosten van het incidentele hoger beroep werden aan de zijde van belanghebbende vastgesteld op € 437.
Uitkomst: Het hof bevestigt dat de baten niet onder het tonnageregime vallen en verklaart het incidentele hoger beroep van de Inspecteur niet-ontvankelijk.