ECLI:NL:GHLEE:2012:BY3223
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over aftrek omzetbelasting woningcorporatie en pro rata berekening
Belanghebbende, een woningcorporatie, had beroep ingesteld tegen de uitspraak van de Rechtbank Leeuwarden inzake de teruggaaf van omzetbelasting over 2009. De kern van het geschil betrof de ontvankelijkheid van het beroep en de vraag of de omzet uit de verkoop van woningwetwoningen in de noemer van de pro rata breuk moet worden meegenomen.
Het Hof oordeelde dat belanghebbende ontvankelijk is in haar beroep omdat het beroep een belang dient bij het verlagen van de verschuldigde belasting. Vervolgens werd de wijze van berekening van de pro rata aftrekrecht beoordeeld aan de hand van jurisprudentie van het Hof van Justitie, waaronder het Nordinia Finans-arrest. Het Hof concludeerde dat de verkoop van woningwetwoningen niet als een gebruikelijke bedrijfsactiviteit kan worden aangemerkt en dat de omzet uit deze verkoop daarom niet in de pro rata breuk mag worden opgenomen.
Het Hof vernietigde de uitspraak van de Rechtbank en de uitspraak op bezwaar, gelastte teruggaaf van € 67.432 plus rente, en veroordeelde de Inspecteur tot vergoeding van proceskosten en griffierecht. Het incidentele hoger beroep van de Inspecteur werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard en de Inspecteur wordt gelast tot teruggaaf van € 67.432 plus rente en vergoeding van proceskosten.