ECLI:NL:GHLEE:2012:BX9182

Gerechtshof Leeuwarden

Datum uitspraak
25 september 2012
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
200.033.705/01
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 31 RvArt. 243 RvArt. 32 onderdeel R Wet griffierechten burgerlijke zakenArt. 56a Wet griffierechten burgerlijke zaken
Verwijzingen
6 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing herstelarrestverzoeken inzake proceskostenveroordeling en kosten van het incident

In deze zaak heeft het Gerechtshof Leeuwarden op 25 september 2012 uitspraak gedaan over twee verzoeken tot het wijzen van een herstelarrest. Het eerste verzoek betrof het schrappen van een onderdeel van het dictum dat verwees naar artikel 243 Rv Pro, dat sinds 1 november 2010 is vervallen. Het hof oordeelde echter dat vanwege de aanhangigheid van de zaak sinds mei 2009 de oude regeling van artikel 243 Rv Pro nog steeds van toepassing is en dat er geen sprake is van een kennelijke fout die herstel rechtvaardigt.

Het tweede verzoek betrof een vermeende verwisseling van namen in het dictum met betrekking tot de kosten van het incident. De verzoeker stelde dat de proceskostenveroordeling onjuist was toegewezen. Het hof stelde vast dat er geen duidelijke verschrijving of andere kennelijke fout was die eenvoudig herstel mogelijk maakte.

Daarom werden beide verzoeken tot herstelarrest afgewezen. De uitspraak bevestigt de proceskostenveroordeling en de kosten van het incident zoals eerder vastgesteld, waarbij de griffier en advocatenkosten zijn begroot conform het eerdere arrest. Het vonnis werd uitgesproken in aanwezigheid van de griffier en ondertekend door de voorzitter en raadsheren.

Uitkomst: Verzoeken tot herstelarrest worden afgewezen; proceskostenveroordeling en kosten van het incident blijven ongewijzigd.

Uitspraak

Beschikking d.d. 25 september 2012
Zaaknummer 200.033.705/01
(zaaknummer rechtbank: 68877 / HA ZA 08-554)
HET GERECHTSHOF TE LEEUWARDEN
Beschikking op het verzoek tot het wijzen van een herstelarrest ex art. 31 Rv Pro in de zaak van:
[appellante],
wonende te [woonplaats],
appellante,
in eerste aanleg: eiseres,
hierna te noemen: [appellante],
toevoeging,
advocaat: mr. A.H. Wijnberg, kantoorhoudende te Groningen,
tegen
Mr. S. van Gessel, kantoorhoudende te Veendam, in haar hoedanigheid van curator in het faillissement van
[geïntimeerde], voorheen h.o.d.n. [geïntimeerde] Bouw en Geveltechniek,
wonende te [woonplaats],
geïntimeerde,
in eerste aanleg: gedaagde,
hierna te noemen: [geïntimeerde],
advocaat: mr. E.Tj. van Dalen, kantoorhoudende te Groningen.
De procesgang
Op 29 mei 2012 heeft het hof in de zaak met bovengenoemd rolnummer eindarrest gewezen.
Bij brief van 6 juni 2012 heeft mr. Van Gessel om verbetering van het arrest verzocht. Gelijktijdig heeft mr. Van Gessel de grosse van het arrest aan de griffie geretourneerd.
Bij brief van 12 juli 2012 is mr. Wijnberg door de griffie in kennis gesteld van het verzoek van mr. Van Gessel en is hem de gelegenheid geboden voor een reactie.
Bij brief van 18 juli 2012 heeft mr. Wijnberg namens [appellante] ingestemd met het wijzen van een herstelarrest conform het verzoek van mr. Van Gessel en de grosse van het arrest aan de griffie geretourneerd. Tegelijkertijd heeft mr. Wijnberg om een tweede rectificatie van het arrest verzocht.
Op laatsbedoeld verzoek heeft mr. Van Gessel afwijzend gereageerd bij brief van 19 juli 2012.
De beoordeling
1 Art. 31 Rv Pro bepaalt dat de rechter te allen tijde op verzoek van een partij of ambtshalve in zijn vonnis, arrest of beschikking een kennelijke rekenfout, schrijffout of andere fout die zich voor eenvoudig herstel leent, verbetert.
2 Het hof heeft in het tussen partijen gewezen arrest van 29 mei 2012 als volgt beslist:
"(...)
verklaart [appellante] niet-ontvankelijk in het hoger beroep tegen de vonnissen van de rechtbank Assen van 15 oktober 2008 en 3 december 2008;
vernietigt het vonnis van 18 maart 2009 waarvan beroep
en opnieuw rechtdoende:
wijst de vordering van [geïntimeerde] terzake van meerwerk af;
veroordeelt mr. Van Gessel q.q. in de kosten van het geding in beide instanties en begroot die tot aan deze uitspraak aan de zijde van [appellante]:
in eerste aanleg op € 1.776,44 aan verschotten en € 678,- aan geliquideerd salaris voor de advocaat,
in hoger beroep op € 507,98 aan verschotten en € 894,- aan geliquideerd salaris voor de advocaat;
bepaalt dat van voormelde bedragen aan de griffier dient te worden voldaan
€ 402,48 aan verschotten en € 894,- voor geliquideerd salaris voor de advocaat, die daarmee zal handelen overeenkomstig het bepaalde in artikel 243 Rv Pro;
veroordeelt [appellante] in de kosten van het incident in hoger beroep en begroot die op nihil aan verschotten en op € 894,- aan salaris van de advocaat."
Het verzoek van mr. Van Gessel
3 Mr. Van Gessel heeft het hof erop gewezen dat art. 243 Rv Pro sinds 1 november 2010 is vervallen. Hij vraagt daarom dat het laatste onderdeel van het dictum wordt geschrapt.
3.1 Hoewel mr. Wijnberg heeft ingestemd met het verzoek, dient het hof vast te stellen of sprake is van een kennelijke fout of een omissie.
3.2 Art. 32 onderdeel Pro R van de wet van 30 september 2010 tot invoering van een nieuw griffierechtenstelsel in burgerlijke zaken (Wet griffierechten burgerlijke zaken) bepaalt dat art. 243 Rv Pro vervalt. Bij inwerkingtreding van voormelde wet per 1 november 2010 is, gelijk door mr. Van Gessel is aangevoerd, art. 243 Rv Pro dan ook komen te vervallen.
3.3 Mr. Van Gessel ziet er echter aan voorbij dat onderhavige zaak aanhangig is sinds 26 mei 2009. In art. 56a Wet griffierechten burgerlijke zaken is bepaald (voor zover hier relevant) dat in zaken die bij dagvaarding worden ingeleid, art. 32 onderdeel Pro R alleen van toepassing is in die zaken waarin de eerste roldatum is gelegen op of na het tijdstip van inwerkingtreding van de wet. Op grond van deze overgangsrechtelijke bepaling is art. 243 Rv Pro (oud) derhalve op deze zaak van toepassing gebleven. Verbetering van het arrest op de voet van art. 31 Rv Pro is daarom niet aan de orde.
Het verzoek van mr. Wijnberg
4 Mr. Wijnberg stelt dat in het laatste onderdeel van het dictum de namen van [appellante] en Van Gessel q.q. zijn verwisseld. Mr. Wijnberg wijst er op dat de beslissing over de kosten van het incident in het tussenarrest van 20 oktober 2009 is gereserveerd tot de einduitspraak. Omdat [appellante] in het eindarrest in het gelijk is gesteld, dient Van Gessel q.q. de kosten van het incident te dragen, aldus mr. Wijnberg.
4.1 Mr. Van Gessel stelt zich op het standpunt dat de incidentele vordering van [appellante] is afgewezen, waardoor het logisch is dat zij in de kosten van het incident is veroordeeld.
4.2 Het hof overweegt dat geen sprake is van een duidelijke verschrijving of (reken)fout waarbij het voor partijen en derden direct duidelijk is dat van een vergissing sprake is. Evenmin doet zich hier een andere kennelijke fout voor, waarvan sprake zou kunnen zijn indien in de rechtsoverwegingen zou zijn opgenomen dat Van Gessel q.q. in de kosten van het incident zal worden veroordeeld, terwijl in het dictum de proceskostenveroordeling ten laste van [appellante] is uitgesproken (vgl. HR 17 december 1999, LJN: AA3878 en HR 13 februari 2004, LJN: AO4601). Verbetering van het arrest op de voet van art. 31 Rv Pro is daarom niet aan de orde.
Slotsom
5 De verzoeken zullen worden afgewezen.
De beslissing
Het gerechtshof:
weigert het wijzen van een herstelarrest zoals verzocht door mr. Van Gessel;
weigert het wijzen van een herstelarrest zoals verzocht door mr. Wijnberg.
Aldus gegeven door mrs. K.M. Makkinga, voorzitter, F.J. Streppel en R.Ch. Verschuur, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van dit hof van dinsdag 25 september 2012 in bijzijn van de griffier.