ECLI:NL:GHLEE:2012:BW6130
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over kwalificatie kunstenaarsactiviteiten als bron van inkomen en onderneming
Belanghebbende, een beeldend kunstenares, voerde in hoger beroep aan dat haar activiteiten in 2006 en 2007 als bron van inkomen en onderneming moesten worden aangemerkt. De Inspecteur betwistte dit en stelde dat er geen bron van inkomen was en geen winst uit onderneming.
Het Hof stelde vast dat belanghebbende sinds 2000 actief is als kunstenares met diverse activiteiten, waaronder schilderen en ontwerpen, en dat zij in 2006 en 2007 kleine positieve resultaten behaalde. Het Hof oordeelde dat de Inspecteur door het boekenonderzoek vertrouwen heeft gewekt dat sprake is van een bron van inkomen. Verder concludeerde het Hof dat de aard, duurzaamheid en omvang van de werkzaamheden, samen met investeringen en risico's, duiden op winst uit onderneming.
De eerdere uitspraak van de Rechtbank werd vernietigd, de aanslagen voor 2006 en 2007 werden verminderd naar respectievelijk € 13.287 en € 17.095 belastbaar inkomen uit werk en woning. De Inspecteur werd veroordeeld in de proceskosten en het griffierecht werd aan belanghebbende vergoed.
Tegen deze uitspraak staat beroep in cassatie open bij de Hoge Raad der Nederlanden.
Uitkomst: Het Hof oordeelt dat de activiteiten van belanghebbende in 2006 en 2007 een bron van inkomen en winst uit onderneming vormen en vermindert de aanslagen inkomstenbelasting dienovereenkomstig.