ECLI:NL:GHLEE:2012:BV9745
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over verliesbloembolleninvestering en winst aanmerkelijk belang
Belanghebbende investeerde in 2003 via I bv in bloembollen, waarbij een aanzienlijk verlies ontstond. De Inspecteur kwalificeerde dit verlies niet als verlies uit onderneming of als negatief resultaat uit overige werkzaamheden, maar nam een winst uit aanmerkelijk belang van € 25.000 in aanmerking. Belanghebbende stelde zich op het standpunt dat sprake was van een bron van inkomen en dat het verlies als ondernemingsverlies moest worden aangemerkt.
Het Hof stelde vast dat I bv de bloembollen tegen een veel hogere prijs dan de marktwaarde had aangekocht en dat de verkoopovereenkomst die het prijsrisico zou afdekken ontbrak. Hierdoor ontbrak een objectieve voordeelsverwachting en was er geen sprake van een bron van inkomen. Het verlies kon daarom niet als ondernemingsverlies of als negatief resultaat uit overige werkzaamheden worden aangemerkt.
Daarnaast werd vastgesteld dat H, werknemer van een vennootschap waarin belanghebbende een aanmerkelijk belang heeft, tijdens werktijd werkzaamheden voor belanghebbende verrichtte zonder vergoeding, wat een voordeel uit aanmerkelijk belang opleverde. Dit voordeel werd door het Hof vastgesteld op € 12.500.
Het Hof vernietigde de uitspraak van de rechtbank, verklaarde het beroep gegrond, en verminderde het belastbaar inkomen uit werk en woning en uit aanmerkelijk belang overeenkomstig. Tevens werden proceskosten aan belanghebbende toegekend en het griffierecht vergoed.
Uitkomst: Het hof vernietigt het vonnis van de rechtbank en vermindert het belastbaar inkomen uit aanmerkelijk belang en werk en woning, waarbij het verlies op de bloembolleninvestering niet als ondernemingsverlies wordt erkend.