ECLI:NL:HR:2013:CA1502
Hoge Raad
- Cassatie
- J.A.C.A. Overgaauw
- C.B. Bavinck
- M.A. Fierstra
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt niet-aftrekbaarheid verlies bloembolleninvestering wegens ontbreken objectieve voordeelverwachting
Belanghebbende investeerde in 2003 via D BV in bloembollen, waarbij D BV namens hem aankopen en verkoopovereenkomsten zou sluiten. De investering omvatte bloembollen die tegen een vooraf vastgestelde prijs na het teeltjaar verkocht zouden worden, met kredietverzekering ter afdekking van risico's.
Na betaling van ruim €4,5 miljoen aan D BV bleek dat de bloembollen tegen een hogere prijs dan marktwaarde waren aangekocht, dat verkoopovereenkomsten ontbraken en dat telers geen vergoeding hadden ontvangen. D BV vroeg surséance van betaling aan en ging failliet. Belanghebbende leed daardoor een aanzienlijk verlies.
De Inspecteur weigerde het verlies als aftrekbaar te erkennen. Rechtbank en Hof oordeelden dat er geen sprake was van een bron van inkomen en dat het verlies niet als resultaat uit overige werkzaamheden kon worden afgetrokken wegens het ontbreken van een objectieve voordeelverwachting.
De Hoge Raad bevestigt dit oordeel en verklaart het cassatieberoep ongegrond. Het hof had terecht geoordeeld dat de investering normaal vermogensbeheer niet te buiten ging en dat het verlies niet aftrekbaar is. De proceskosten worden niet aan belanghebbende opgelegd.
Uitkomst: Het verlies uit de bloembolleninvestering is niet aftrekbaar als resultaat uit overige werkzaamheden wegens het ontbreken van een objectieve voordeelverwachting.