ECLI:NL:GHLEE:2011:BR5330
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- E. Polak
- P. van der Wal
- A.C. van Leijenhorst
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over omzetbelastingheffing op staatsbijdrage voor ontwikkeling antraxmedicijn
Belanghebbende, een biotechnisch bedrijf, ontving in 2005 een bedrag van € 1.065.000 van de Staat voor de ontwikkeling van een antraxmedicijn. De Inspecteur legde daarop een naheffingsaanslag omzetbelasting op, stellende dat het bedrag een vergoeding was voor een prestatie van belanghebbende. De rechtbank wees het beroep van belanghebbende af.
In hoger beroep stelde belanghebbende dat de betaling van de Staat geen vergoeding was voor een prestatie, maar een investeringskrediet. Het Hof stelde vast dat de overeenkomst tussen partijen meerdere elementen bevatte, waaronder financiering en het verkrijgen van aankooprechten door de Staat. Het Hof oordeelde dat deze elementen samen één niet te splitsen prestatie vormden, die in wezen neerkwam op het verstrekken van krediet.
Het Hof volgde de vaste rechtspraak van het Hof van Justitie en concludeerde dat de kenmerkende prestatie niet lag in de levering van diensten of goederen, maar in de kredietverstrekking. De voordelen die de Staat zou verkrijgen bij succes van het medicijn waren slechts middelen om het krediet aan te trekken. Daarom was geen omzetbelasting verschuldigd over de ontvangen bijdrage.
Het Hof vernietigde het vonnis van de rechtbank, verminderde de naheffingsaanslag tot € 1.919, handhaafde de boete en veroordeelde de Inspecteur in de proceskosten. Tegen deze uitspraak staat cassatie open bij de Hoge Raad.
Uitkomst: De naheffingsaanslag omzetbelasting wordt verminderd omdat de betaling van de Staat als kredietverstrekking wordt gekwalificeerd en niet als een belastbare prestatie.