ECLI:NL:GHLEE:2011:BQ5748
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- W. Breemhaar
- J.D.S.L. Bosch
- B.J.H. Hofstee
- Rechtspraak.nl
Verdeling huwelijksgoederengemeenschap en vaststelling gebruiksvergoeding voormalige echtelijke woning
In deze zaak gaat het om de verdeling van de huwelijksgoederengemeenschap tussen de man en de vrouw na ontbinding van het huwelijk. Het geschil betreft met name de vaststelling van de gebruiksvergoeding die de man aan de vrouw moet betalen voor het gebruik van de voormalige echtelijke woning, alsmede de waarde waartegen de lijfrentepolis aan de man moet worden toegedeeld.
Het hof heeft in een tussenarrest het uitgangspunt bepaald voor de berekening van de gebruiksvergoeding, waarbij is aangesloten bij de huurwaarde van de woning verminderd met de door de man betaalde lasten. Partijen wilden echter geen aansluiting zoeken bij de WOZ-waarde zoals voorgesteld, waarna de man twee taxatierapporten overlegde met huurwaardes van respectievelijk € 1.100 en € 885 per maand. Het hof stelde de huurwaarde vast op een gemiddelde van € 992,50 per maand en rekende de gebruiksvergoeding voor de jaren 2008 tot en met 2011 uit, rekening houdend met de lasten.
Daarnaast heeft het hof geoordeeld dat rekening moet worden gehouden met een latente belastingclaim op de lijfrentepolis die aan de man is toegedeeld. De contante waarde van deze claim is billijkheidshalve vastgesteld op € 5.000, mede gelet op de fiscale keuzes die de man heeft gemaakt. Het hof verklaarde de man niet-ontvankelijk in zijn beroep tegen het vonnis van 11 februari 2009 en in zijn tegenvorderingen, vernietigde het vonnis van 8 juli 2009 voor zover het de gebruiksvergoeding betrof, en veroordeelde de man tot betaling van € 9.978,50 aan de vrouw wegens de toedeling van de lijfrentepolis. De kosten van het hoger beroep zijn gecompenseerd.
Uitkomst: Het hof stelt de gebruiksvergoeding vast en veroordeelt de man tot betaling van € 9.978,50 aan de vrouw wegens de toedeling van de lijfrentepolis.