ECLI:NL:GHLEE:2011:BQ0619
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- J.M. Rowel-van der Linde
- W. Breemhaar
- W.F. Zondag
- Rechtspraak.nl
Vernietiging vonnis en nietigheid onredelijk bezwarend beding in leerovereenkomst verkeersvlieger
In deze civiele zaak ging het om een geschil tussen een leerling verkeersvlieger en de opleidingsinstelling over de uitvoering en beëindiging van een leerovereenkomst. De leerling had de opleiding niet voltooid en vorderde restitutie van vooruitbetaalde lesgelden nadat de opleider de overeenkomst had opgezegd. De rechtbank wees de vorderingen af, maar het hof vernietigde dit vonnis.
Het hof overwoog dat het beding in artikel 4 lid 2 van Pro de overeenkomst, dat restitutie van lesgelden bij opzegging door de opleider uitsluit, onredelijk bezwarend is. Dit omdat het belang van de leerling bij restitutie zwaarder weegt dan het belang van de opleider bij niet-restitutie, mede gelet op de aard van de leerovereenkomst en de leeftijd van de leerling.
Verder oordeelde het hof dat de opleider niet toerekenbaar tekortgeschoten is in de nakoming van de overeenkomst en dat de opzegging tussen fase 2 en 3 van de opleiding heeft plaatsgevonden. De vordering van de opleider tot betaling van een vergoeding wegens verrichte werkzaamheden werd niet behandeld omdat de ontbindingsvoorwaarde niet was vervuld.
Het hof compenseerde de proceskosten zodat elke partij haar eigen kosten draagt. De uitspraak vernietigt het eerdere vonnis en doet opnieuw recht, waarbij het onredelijk bezwarende beding wordt vernietigd en de rest van de vorderingen worden afgewezen.
Uitkomst: Het hof vernietigt het vonnis en verklaart het beding in artikel 4 lid 2 van de leerovereenkomst onredelijk bezwarend en nietig voor zover het restitutie van lesgelden uitsluit.