ECLI:NL:GHLEE:2011:BP4897
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- R.A. Zuidema
- M.E.L. Fikkers
- H. de Hek
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aansprakelijkheid Nederlandse werkgever voor rug- en gehoorschade werknemer offshore
Een werknemer die jarenlang op booreilanden werkte, eerst voor een Duitse werkgever (DTA) en later voor een Nederlandse werkgever (KCA), stelde KCA aansprakelijk voor rugklachten en gehoorschade. Centraal stond de vraag of KCA aansprakelijk kon zijn voor schade die mogelijk bij DTA was ontstaan, mede op grond van een clausule in de arbeidsovereenkomst met KCA.
Het hof stelde vast dat op de arbeidsovereenkomst met DTA Duits recht van toepassing was, waarbij geen werkgeversaansprakelijkheid voor gezondheidsschade geldt behalve bij grove schuld. De werknemer ontving een uitkering op grond van de Duitse regeling en had geen aanspraak op schadevergoeding jegens DTA. Daardoor kon ook geen aanspraak op KCA overgaan.
De werknemer slaagde er niet in causaal verband aan te tonen tussen zijn klachten en zijn werkzaamheden bij KCA. De bijzondere bewijsregel voor blootstelling aan gevaarlijke stoffen werd niet toegepast omdat niet aan de voorwaarden was voldaan. De klachten bestonden deels al vóór het dienstverband bij KCA. Ook het beroep op hoofdelijkheid van aansprakelijkheid op grond van artikelen 6:99 en 6:102 BW faalde omdat er slechts één aansprakelijke partij was.
Het hof vernietigde de eerdere vonnissen en wees de vorderingen van de werknemer af, waarbij hij in de proceskosten werd veroordeeld.
Uitkomst: De vorderingen van de werknemer tegen KCA worden afgewezen wegens onvoldoende bewijs van causaal verband en toepasselijkheid van Duits recht.