ECLI:NL:GHLEE:2011:BP2962
Gerechtshof Leeuwarden
- Proceskostenveroordeling
- Dijkstra
- Beswerda
- Van Schuijlenburg
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen administratieve sanctie overschrijding maximumsnelheid en proceskosten
Betrokkene werd administratief gesanctioneerd voor het overschrijden van de maximumsnelheid met 33 km/u op de Rijksweg A59. Hij stelde beroep in tegen de beslissing van de officier van justitie, waarbij hij onder meer aanvoerde dat hij niet gehoord was en bezwaar maakte tegen de administratiekosten van €6.
De kantonrechter verklaarde het beroep ongegrond, maar het hof stelde vast dat de officier van justitie betrokkene had moeten horen omdat nader onderzoek was ingesteld, waardoor het beroep niet kennelijk ongegrond was. Daarom vernietigde het hof de beslissing van de kantonrechter en verklaarde het beroep tegen de officier van justitie gegrond.
Het hof beoordeelde vervolgens de onderliggende sanctiebeschikking en oordeelde dat de overtreding voldoende was vastgesteld aan de hand van de ambtsedige verklaring en het dossier. De bezwaren van betrokkene tegen de bewijslast en procedure werden verworpen.
Het hof stelde vast dat de administratiekosten van €6 niet in strijd zijn met verdragsbepalingen en dat betrokkene deze kosten verschuldigd is. Ook werd betrokkene een vergoeding van €4,68 toegekend voor reiskosten naar de zitting.
De beslissing van de kantonrechter werd vernietigd, het beroep tegen de officier van justitie gegrond verklaard en het beroep tegen de sanctiebeschikking ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de officier van justitie is gegrond verklaard wegens niet horen, maar het beroep tegen de sanctiebeschikking is ongegrond verklaard; administratiekosten zijn verschuldigd en proceskosten worden vergoed.