ECLI:NL:GHLEE:2010:BP0785
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- F.J. Streppel
- R.E. Weening
- M.F.J. Haak
- Rechtspraak.nl
Verjaringstermijn dwangsommen en toepassing artikel 3:324 lid 2 BW
In deze zaak stond centraal of het instellen van een rechtsmiddel de verjaringstermijn van de dwangsommen verschuift, zoals bepaald in artikel 3:324 lid 2 BW Pro, en daarmee het moment waarop de verjaring van de dwangsommen volgens artikel 611g Rv aanvangt. Gulf Oil had dwangsommen opgelegd gekregen van Sunoil wegens het niet naleven van een vonnis tot levering van biodiesel. De voorzieningenrechter had dwangsommen opgelegd met een maximum van €250.000, welke door het hof waren bekrachtigd.
De rechtbank had de vordering van Gulf Oil tot betaling van de dwangsommen afgewezen wegens verjaring. Gulf Oil stelde dat de verjaringstermijn door het instellen van een rechtsmiddel was opgeschort en dat de verjaringstermijn daardoor later was aangevangen. Het hof oordeelde dat artikel 3:324 lid 2 BW Pro inderdaad het moment waarop de verjaringstermijn aanvangt verschuift indien een rechtsmiddel wordt ingesteld voordat de verjaring is voltooid.
Het hof stelde vast dat Sunoil vóór het verstrijken van de verjaringstermijn een rechtsmiddel had ingesteld, waardoor de verjaringstermijn opnieuw begon te lopen na afloop van het geding. Hierdoor was de verjaringstermijn van zes maanden voor de dwangsommen niet verstreken en waren de dwangsommen niet verjaard. Het hof vernietigde het vonnis van de rechtbank en verklaarde voor recht dat Sunoil de dwangsommen had verbeurd en veroordeelde Sunoil tot betaling van wettelijke rente over het bedrag van €250.000 vanaf 29 augustus 2008 tot aan de voldoening. Tevens werden de proceskosten aan Sunoil opgelegd.
Uitkomst: Het hof verklaart dat de dwangsommen niet zijn verjaard en veroordeelt Sunoil tot betaling van wettelijke rente over €250.000 aan Gulf Oil.