ECLI:NL:GHLEE:2010:BN6428
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- Janse
- Groefsema
- Van Rijssen
- Rechtspraak.nl
Beoordeling meerwaardeclausule in koopcontract en afwijzing gevorderde meerwaarde
In deze zaak stond de uitleg van een meerwaardeclausule centraal die was opgenomen in een koopcontract tussen [geïntimeerden], eigenaren van een hotel, en Stichting Philadelphia. De clausule hield in dat bij vervreemding binnen tien jaar een vergoeding moest worden betaald, tenzij het gebruik conform de statutaire doelstelling bleef.
De rechtbank had in eerste aanleg geoordeeld dat sprake was van vervreemding en toewijzing gegeven aan de vordering van [geïntimeerden]. Stichting Philadelphia en Philadelphia Egbertsduin stelden in hoger beroep dat de overdracht aan Philadelphia Egbertsduin geen vervreemding was, omdat deze stichting een aangesloten rechtspersoon is met dezelfde bestuurders en dezelfde doelstelling, en het pand feitelijk niet uit handen was gegeven.
Het hof overwoog dat de meerwaardeclausule moet worden uitgelegd naar de zin die partijen redelijkerwijs aan de clausule mochten toekennen. De tekst spreekt van 'vervreemding' als 'in andere handen brengen'. Het hof vond dat een interne doorverkoop aan een verbonden stichting niet onder deze definitie valt, zeker niet zonder nadere onderbouwing. Ook vond het hof dat de vordering tot schadevergoeding wegens wanprestatie en dwaling onvoldoende was onderbouwd.
Daarom vernietigde het hof het vonnis van de rechtbank voor zover het de vordering van [geïntimeerden] tegen Stichting Philadelphia betrof en wees de vordering af. Het beroep van Philadelphia Egbertsduin werd verworpen. [geïntimeerden] werden veroordeeld in de kosten van het geding.
Uitkomst: De vordering tot betaling van meerwaarde op grond van de meerwaardeclausule wordt afgewezen en het vonnis van de rechtbank wordt vernietigd.