ECLI:NL:HR:2012:BV1764

Hoge Raad

Datum uitspraak
16 maart 2012
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
10/05571
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 RO
Verwijzingen
6 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Uitleg meerwaardeclausule bij doorverkoop onroerende zaak

In deze zaak stond de uitleg van een meerwaardeclausule bij de doorverkoop van een onroerende zaak centraal. Eiser had beroep in cassatie ingesteld tegen het arrest van het gerechtshof Leeuwarden, dat een eerdere uitspraak van de rechtbank bevestigde. De verweerster in cassatie was de stichting Protestants-Christelijke Zorg Stichting Philadelphia.

De Hoge Raad heeft de klachten van eiser onderzocht maar geoordeeld dat deze niet tot cassatie konden leiden. Er was geen aanleiding om rechtsvragen te beantwoorden die van belang zijn voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling. De conclusie van de Advocaat-Generaal was eveneens gericht op verwerping van het beroep.

Het arrest van de Hoge Raad bevestigt daarmee het oordeel van het hof en wijst het cassatieberoep af. Eiser werd veroordeeld in de kosten van het cassatiegeding, waarbij de kosten aan de zijde van Philadelphia werden vastgesteld op een bedrag van € 5.965,34 aan verschotten en € 2.200,-- aan salaris.

De uitspraak werd gedaan door de raadsheren Van Buchem-Spapens, Streefkerk, Loth en in het openbaar uitgesproken door Van Oven op 16 maart 2012.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en eiser wordt veroordeeld in de kosten van het cassatiegeding.

Uitspraak

16 maart 2012
Eerste Kamer
10/05571
EE/AK
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
1. [Eiser 1 ],
2. [Eiseres 2],
beiden wonende te [woonplaats],
EISERS tot cassatie,
advocaat: mr. D.M. de Knijff,
t e g e n
De stichting PROTESTANTS-CHRISTELIJKE ZORG STICHTING PHILADELPHIA,
gevestigd te Nunspeet,
VERWEERSTER in cassatie,
advocaat: aanvankelijk mr. G. Snijders, thans mr. K. Teuben.
Eisers tot cassatie zullen hierna ook worden aangeduid als, in enkelvoud, [eiser] en verweerster in cassatie als Philadelphia.
1. Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. het vonnis in de zaak 81703/HA ZA 07-252 van de rechtbank Leeuwarden van 26 maart 2008;
b. het arrest in de zaak 200.011.693/01 van het gerechtshof te Leeuwarden van 7 september 2010.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof heeft [eiser] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
Philadelphia heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor [eiser] toegelicht door hun advocaat en voor Philadelphia door mr. K. Teuben en mr. I.C. Blomsma, advocaten bij de Hoge Raad.
De conclusie van de Advocaat-Generaal M.H. Wissink strekt tot verwerping van het beroep.
De advocaat van [eiser] heeft bij brief van 1 februari 2012 op die conclusie gereageerd.
3. Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Philadelphia begroot op € 5.965,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, C.A. Streefkerk en M.A. Loth, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer J.C. van Oven op 16 maart 2012.