ECLI:NL:GHLEE:2010:BL1774
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van bouwleges op basis van raming bouwkosten gemeente Groningen
Belanghebbende vroeg een bouwvergunning aan voor een woning en gaf een raming van de bouwkosten van €70.000 op. De gemeente Groningen accepteerde deze raming niet en stelde de bouwkosten vast op €196.695, gebaseerd op gemeentelijke richtlijnen en een ramingsmethodiek.
Na bezwaar en beroep bij de rechtbank, dat ongegrond werd verklaard, stelde belanghebbende hoger beroep in bij het gerechtshof. Tijdens de zitting overwoog het hof dat de gemeente bevoegd is om de heffingsmaatstaf voor bouwleges zelf vast te stellen binnen de wettelijke kaders. De gehanteerde raming is gebaseerd op het normblad NEN 2631 en gemeentelijke richtlijnen, waarbij ook rekening wordt gehouden met referentiewoningen en marktgegevens.
Belanghebbende voerde aan dat lagere bouwkosten in de Europese Unie niet waren meegewogen en dat onnodige kosten zoals advies- en architectkosten ten onrechte waren inbegrepen. Het hof oordeelde dat buitenlandse bouwkosten mogelijk wel in de ramingsmethodiek zijn verwerkt en dat dergelijke bijkomende kosten niet in de raming zijn opgenomen.
Het hof verklaarde het hoger beroep ongegrond en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd op 29 januari 2010 in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de bouwlegesraming van de gemeente bevestigd.