ECLI:NL:GHLEE:2008:BF0020
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- Breemhaar
- De Bock
- Onnes-Wind
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van waardering erfpachtsrecht en schenkingsaspecten in nalatenschapsgeschil
In deze civiele zaak staat de waardering van een erfpachtsrecht en de vraag of sprake is van een schenking binnen een nalatenschap centraal. De erflater overleed in 2002, en er ontstond een geschil tussen zijn vijf kinderen over de waarde van een erfpachtsrecht dat bij leven werd overgedragen aan één van hen, [appellant 1].
Het hof overweegt dat de primaire vorderingen van geïntimeerden grotendeels niet door feiten worden gedragen en verklaart hen niet-ontvankelijk, behalve voor de vordering dat de waarde van het erfpachtsrecht in aanmerking moet worden genomen voor de berekening van de legitimaire massa. Het hof bevestigt de deskundigenwaarde van het erfpachtsrecht op ƒ139.200, minus een gebruikelijke familieaftrek van 5%, en vermindert dit met de koopsom van ƒ55.000, resulterend in een materiële schenking van €35.049,98.
De rechtbank had eerder een lagere waardering gehanteerd, mede door een familieaftrek van circa 60%, maar het hof oordeelt dat bij de waardering van schenkingen een geobjectiveerd schenkingsbegrip moet gelden, waarbij motieven zoals familiebanden niet tot een lagere waarde mogen leiden. Ook wordt een aantal transacties als niet vergelijkbaar buiten beschouwing gelaten.
Het hof vernietigt het vonnis van de rechtbank en wijst de vordering tot inbreng van de schenking toe voor het genoemde bedrag. De proceskosten worden gecompenseerd, waarbij elke partij haar eigen kosten draagt. Andere vorderingen, waaronder die tot wettelijke rente en aanvullende kosten, worden afgewezen.
Uitkomst: Het hof vernietigt het vonnis en wijst de vordering toe dat de materiële schenking van het erfpachtsrecht €35.049,98 bedraagt, met kostencompensatie tussen partijen.