ECLI:NL:GHLEE:2006:AY9679
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- Mollema
- Zuidema
- Kuiper
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid in hoger beroep wegens samenvoegen van verschillende vonnissen tussen verschillende partijen
Appellanten hebben bij één dagvaarding hoger beroep ingesteld tegen twee vonnissen die op dezelfde datum door de kantonrechter zijn gewezen, maar in verschillende zaken met verschillende partijen. Het hof stelt vast dat de goede procesorde zich verzet tegen het op deze wijze aanhangig maken van een geding, tenzij sprake is van meerdere vonnissen tussen dezelfde partijen of van verknochtheid. Dit was hier niet het geval.
De kantonrechter had in beide zaken op 8 juni 2006 vonnissen gewezen waarbij de vorderingen tegen Arriva werden afgewezen en tegen Connexxion toegewezen. Appellanten probeerden in hoger beroep de vorderingen tegen Arriva alsnog toegewezen te krijgen, maar het hof oordeelde dat de wijze van dagvaarding niet toelaatbaar was.
Verder oordeelde het hof dat Connexxion, die in eerste aanleg medegedaagde was, niet als wederpartij van Arriva kon worden beschouwd en dat de gestelde subrogatie of cessie niet tot ontvankelijkheid leidde. De mondelinge eiswijziging tijdens het spoedappel werd eveneens niet aanvaard. Het hof verklaarde het hoger beroep niet-ontvankelijk en veroordeelde appellanten in de proceskosten.
Uitkomst: Appellanten werden niet-ontvankelijk verklaard in hun hoger beroep wegens onjuiste dagvaarding en veroordeeld in de proceskosten.