ECLI:NL:GHLEE:2006:AW1867
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- Zuidema
- Breemhaar
- Falkena
- Rechtspraak.nl
Overgang van onderneming en doorwerking arbeidsovereenkomsten bij opeenvolgende pachtovereenkomsten van horecagelegenheid
In deze zaak stond centraal de vraag of de exploitatie van horecagelegenheid De Brasserie via opeenvolgende pachtovereenkomsten was overgegaan en welke gevolgen dit had voor de arbeidsovereenkomsten van de werknemers. Het hof stelde vast dat Plassania Beheer B.V. De Brasserie achtereenvolgens aan verschillende pachters had verpacht, waarbij de exploitatie niet tussentijds door Plassania zelf was voortgezet.
Het hof oordeelde dat op grond van artikel 7:662 BW Pro de exploitatie van De Brasserie overging van de ene pachter op de andere, ook als dit berust op pachtovereenkomsten met de eigenaar. Hierdoor trad HCG in de rechtspositie van werkgever ten aanzien van de werknemers die oorspronkelijk bij Verenigde Horecabedrijven Amsterdam B.V. in dienst waren.
Het beroep van de curator op vernietiging van de pachtovereenkomst met Verenigde Horecabedrijven Amsterdam B.V. leidde niet tot nietigheid van de opvolgende pachtovereenkomsten. Daardoor bleef de overgang van onderneming in stand en bleven de arbeidsovereenkomsten voor onbepaalde tijd voortbestaan, ook nadat HCG had aangekondigd deze niet te verlengen zonder toestemming. Het hof bekrachtigde het vonnis van de kantonrechter en veroordeelde HCG in de kosten.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het kort geding vonnis en bevestigt dat HCG als werkgever is aan te merken en veroordeelt HCG in de kosten.