ECLI:NL:GHLEE:2004:AO5432
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- Dijkstra
- Poelman
- Weenink
- Rechtspraak.nl
Beperking griffierecht in hoger beroep bij administratieve verkeersboetes wegens prohibitief tarief
De betrokkene maakte bezwaar tegen de hoogte van het griffierecht in hoger beroep tegen een kennisgeving van verhaal van een administratieve verkeersboete. De kantonrechter had het verzet ongegrond verklaard, waarna de betrokkene hoger beroep instelde en verzocht om het griffierecht nihil te stellen.
Het hof constateerde dat het wettelijk griffierecht van €205 (later €236) in hoger beroep in veel gevallen hoger is dan het verschuldigde bedrag aan boete, wat een prohibitief tarief vormt en daarmee het recht op toegang tot een onafhankelijke rechter aantast. Het hof verwees naar de wetsgeschiedenis en jurisprudentie, waarin een systeem van zekerheidstelling werd geprefereerd boven griffierechten om financiële belemmeringen te voorkomen.
Het hof stelde vast dat de betrokkene een uitkering ontvangt en niet in staat is het volledige griffierecht te voldoen. Daarom werd het griffierecht verlaagd naar €87 (later €100), waarvan 3/4 in debet gesteld kon worden (€21,75). De zekerheidstelling werd eveneens verlaagd tot €48,25, zodat het totaal te betalen bedrag €70 bedraagt.
Het hof bepaalde dat de griffier van de rechtbank de betrokkene binnen twee weken in de gelegenheid moet stellen deze bedragen te voldoen, waarmee het hoger beroep ontvankelijk wordt. Hiermee wordt het recht op toegang tot de rechter gewaarborgd zonder disproportionele financiële belemmeringen.
Uitkomst: Het griffierecht en de zekerheidstelling worden gematigd tot in totaal €70 om het recht op toegang tot de rechter te waarborgen.