Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
Uitspraak van 18 februari 2026
de heffingsambtenaar van de gemeente Rotterdam, de Heffingsambtenaar,
Procesverloop
Feiten
- De kosten zijn berekend op basis van landelijke gemiddelde bij gecombineerde uitvoering door één partij.
- Indien u werkzaamheden wilt laten uitvoeren dient u altijd door het bedrijf waaraan u de werkzaamheden wilt uitbesteden, een gespecifieerde offerte te laten maken.
- Offerte bedragen kunnen afwijken van de in deze rapportage berekende kosten.
Direct noodzakelijke kosten:Kosten die direct moeten worden gemaakt ter voorkoming van verdere schade of vervolgschade.
Op termijn noodzakelijke kosten:Kosten van toekomstig onderhoud (naar keuze binnen 5, 10, of 15 jaar) op basis van een bij het rapport te voegen onderhoudsplan).”
Oordeel van de Rechtbank
Heeft verweerder een verplichting tot het toezenden van stukken geschonden?
Het staat verweerder vrij om een eigen keuze te maken voor wat betreft vergelijkingsobjecten. Dit hoeft niet de best denkbare keuze te zijn, maar de vergelijkingsobjecten moeten wel voldoende representatief zijn. Verweerder is dan ook niet gehouden om [adres 5] , [adres 7] en [adres 6] bij zijn vergelijking te betrekken.[4] De door eisers aangedragen vergelijkingsobjecten liggen overigens alle even ver of verder van de woning af dan de vergelijkingsobjecten van verweerder. Verder liggen de bouwjaren van de vergelijkingsobjecten van verweerder dichter bij het bouwjaar van de woning. Van een niet-bewoningsclausule is de rechtbank niet gebleken.
Verweerder heeft de waarde van de berging van de woning en de vergelijkingsobjecten op nul gesteld. Afgaande op de foto van de berging van de woning van eisers is goed voorstelbaar dat die berging in slechtere staat is dan de bergingen van de vergelijkingsobjecten. Gelet op de bescheiden waarde die een gemiddelde berging vertegenwoordigt, acht de rechtbank dat echter geen factor die het verschil kan maken. Volgens de door eisers overgelegde bouwtechnische keuring door [naam 4] van 15 maart 2023 moet op een termijn van een jaar € 24.328,- en op een termijn van 5 jaar opnieuw € 26.873,- in de woning worden geïnvesteerd. Volgens het eveneens door eisers overgelegde bouwkundig rapport Nationale Hypotheek Garantie (ook van 15 maart 2023) zijn de direct noodzakelijke kosten € 22.718,- en de op termijn noodzakelijke kosten € 22.900,-. Op het verschil tussen de datum van deze rapporten en de waardepeildatum wordt in de rapporten niet ingegaan. In het taxatierapport van verweerder heeft het verschil in onderhoud (‘2’) en kwaliteit (‘2’) tussen de woning en de vergelijkingsobjecten (respectievelijk ‘4’ en ‘4’) geleid tot een correctie van zo’n 30% per vergelijkingsobject (van +5 naar -5% voor onderhoud en van +10 naar -10% voor kwaliteit). Daarmee is naar het oordeel van de rechtbank voldoende voorzien in noodzakelijke investeringen in de woning. De rechtbank gaat ervan uit dat de toegepaste VLOK-waardering van de normale staat van woningen in het relevante segment op de waardepeildatum uitgaat. Daarnaast is er geen ruimte - zoals eisers lijken te bepleiten - voor een lagere waardering vanwege hoge kosten die nodig zijn voor verbeteringen (in de termen van inspecteur [naam 5] in de bouwtechnische keuring van eisers: ‘het op het technische en esthetische niveau van de huidige tijd […] krijgen’). Dat voor zulke verbeteringen een veelvoud van de voor herstel te maken kosten zou moeten worden geïnvesteerd, is ook niet met feiten onderbouwd.
Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder - ook als men rekening houdt met de volgens eisers noodzakelijke herstelwerkzaamheden - aannemelijk gemaakt dat de waarde niet te hoog is vastgesteld. De beroepsgrond slaagt niet.