Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
Zaaknummer rechtbank: C/10/702762 / KG ZA 25-690
1.de Gemeente Rotterdam,
1.de Gemeente Rotterdam,
1.de Gemeente Rotterdam,
1.De zaak in het kort
2.Procesverloop in hoger beroep
- de dagvaarding van 11 november 2025, met grieven, waarmee TWZ in hoger beroep is gekomen van het vonnis van de voorzieningenrechter in de rechtbank Rotterdam van 14 oktober 2025;
- het tussenarrest van dit hof van 25 november 2025;
- de memorie van antwoord van de Gemeente, met bijlage;
- de memorie van antwoord van RMC, met bijlagen;
- de memorie van antwoord van TV, met bijlagen;
- de dagvaarding van 18 november 2025, waarmee TV in hoger beroep is gekomen van het vonnis van de voorzieningenrechter in de rechtbank Rotterdam van 14 oktober 2025;
- de memorie van grieven van TV, met bijlage;
- de memorie van antwoord van de Gemeente;
- de memorie van antwoord van RMC, met bijlagen;
- de memorie van antwoord van TWZ;
- de dagvaarding van 25 november 2025 waarmee RMC in hoger beroep is gekomen van het vonnis van de voorzieningenrechter in de rechtbank Rotterdam van 14 oktober 2025;
- de memorie van grieven van RMC;
- de memorie van antwoord van de Gemeente;
- de memorie van antwoord van TWZ;
- de memorie van antwoord van TV, met bijlagen.
3.Feitelijke achtergrond
ernstige fout in de uitoefening van het beroep” wordt verstaan. De toelichting vermeldt:
social return(105 punten).
social return. De motivering is volgens TWZ op deze punten onbegrijpelijk, onvoldoende en onjuist.
4.Procedure bij de rechtbank
5.Vorderingen in hoger beroep
6.Beoordeling in hoger beroep
Spoedeisend belang
level playing field, hetgeen in strijd is met het aanbestedingsrechtelijke gelijkheidsbeginsel. Ten slotte heeft TWZ het vermoeden dat de opdracht wel aan RMC moest toekomen, omdat RMC zonder deze opdracht geen bestaansrecht meer zou hebben. Daarmee levert niet alleen de aandelentransactie als zodanig, maar ook de gunning van de onderhavige opdracht staatssteun op, aldus nog steeds TWZ.
anders dan op grond van het aanbestedingsrecht(cursivering van het hof). De conclusies die TWZ aan de gestelde verboden staatssteun verbindt - strijd met het aanbestedingsrechtelijke gelijkheidsbeginsel en/of belangenverstrengeling – leveren geen nietigheid ingevolge art. 3:40 BW Pro op ‘anders dan op grond van het aanbestedingsrecht’. Hetzelfde geldt voor zover TWZ en TV zich beroepen op nietigheid van de overeenkomst op grond van een belangenconflict en/of strijd met het gelijkheidsbeginsel wegens de vermeende betrokkenheid van een oud-medewerker van RMC bij de onderhavige aanbestedingsprocedure.
Infraestruturas de Portugal). De rechter kan een zodanige beslissing van de aanbestedende dienst daarom alleen marginaal toetsen, hetgeen betekent dat de rechter slechts moet beoordelen of de aanbestedende dienst in redelijkheid tot zijn beslissing heeft kunnen komen.
TIM); HvJEU 26 januari 2023, ECLI:EU:C:2023:48 (
HSC Baltic)).
€ 2.580,-(2 punten x tarief II)
7.Beslissing
,- betreft, na de datum van betekening;
,- betreft, na de datum van betekening;
,- betreft, na de datum van betekening;