Uitspraak
27 oktober 2017 in de strafzaak tegen de verdachte:
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Gerechtshof Den Haag
De zaak betreft een verdachte die in januari 2016 werd aangehouden met een als gestolen gesignaleerd Grieks paspoort. De verdachte verklaarde dat hij het paspoort van een reisagent had gekregen en dat hij vanwege vervolging in zijn geboorteland wegens bekering tot het christendom asiel wilde aanvragen in Nederland. De asielaanvraag werd in 2021 ingewilligd en de verdachte verkreeg het Nederlanderschap.
Het openbaar ministerie vervolgde de verdachte op grond van het bezit van een vals paspoort, maar het hof overwoog dat artikel 31 van Pro het Vluchtelingenverdrag lidstaten verbiedt vluchtelingen te vervolgen voor het bezit of gebruik van vervalste documenten in het kader van hun vlucht zolang de eerste asielaanvraag nog niet onherroepelijk is afgewezen. Dit is bevestigd door eerdere jurisprudentie van de Hoge Raad.
Gezien het feit dat de asielaanvraag van de verdachte ten tijde van de vervolging nog niet definitief was afgewezen, oordeelde het hof dat het openbaar ministerie niet-ontvankelijk moest worden verklaard. Het hof vernietigde het vonnis van de politierechter en verklaarde het openbaar ministerie niet-ontvankelijk in de strafvervolging.
Uitkomst: Het openbaar ministerie is niet-ontvankelijk verklaard in de strafvervolging wegens bescherming van de vluchteling op grond van artikel 31 van het Vluchtelingenverdrag.