Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
1.De zaak in het kort
2.Procesverloop in hoger beroep
- het verzoekschrift in hoger beroep, ingekomen op de griffie van het hof op 25 augustus 2025, waarmee Rover in hoger beroep is gekomen van de beschikking van de kantonrechter in de rechtbank Rotterdam van 27 mei 2025, met bijlagen;
- het verweerschrift in hoger beroep van [verweerster], tevens verzoekschrift in incidenteel hoger beroep, met bijlagen;
- het verweerschrift in incidenteel hoger beroep van Rover, met bijlagen.
3.Feiten
- betaling van € 18.848,- bruto aan billijke vergoeding;
- betaling van € 7.067,88 bruto aan gefixeerde schadevergoeding wegens onregelmatige opzegging.
- betaling van € 1.092,18 bruto aan transitievergoeding;
- betaling van vakantietoeslag en niet-genoten vakantiedagen.
4.Beoordeling in hoger beroep
- [verweerster] is in 2008 in dienst getreden bij Café Ververs. Dat café was gevestigd op dezelfde locatie als waar de cafetaria van Rover is gevestigd. Ook café Ververs bestond uit een snackbar en een café. [verweerster] verrichtte bij café Ververs, naar eigen zeggen, dezelfde soort werkzaamheden als bij Rover.
- Rond oktober 2022 is de toenmalige werkgever van [verweerster] plotseling overleden. Café Ververs is kort daarop gesloten. [verweerster] is door de erfgenamen van haar toenmalige werkgever doorbetaald tot en met april 2023 onder vrijstelling van werk. Bij de laatste salarisuitbetaling heeft [verweerster] een transitievergoeding ontvangen.
- De toenmalige werkgever van [verweerster] huurde het pand waarin café Ververs werd geëxploiteerd. De eigenaren van het pand hebben het pand na het overlijden van de toenmalige werkgever van [verweerster] te koop gezet. Rover heeft het pand op 2 februari 2023 van de eigenaren gekocht, inclusief een deel van de inboedel.
- Begin februari 2023 heeft Rover contact opgenomen met [verweerster] om te polsen of zij interesse had in een baan als horecamedewerkster bij Rover. Dit heeft uiteindelijk geleid tot een arbeidsovereenkomst tussen Rover en [verweerster].
5.Beslissing
- bekrachtigt de beschikking van de kantonrechter Rotterdam van 27 mei 2025;
- veroordeelt Rover in de kosten van de procedure in principaal hoger beroep, aan de zijde van [verweerster] tot op heden begroot op € 3.131,-;
- bepaalt dat als Rover niet binnen veertien dagen na aanschrijving aan de hiervoor genoemde kostenveroordeling heeft voldaan en deze beschikking vervolgens wordt betekend, Rover de kosten van die betekening moet betalen, plus extra nakosten van € 98;
- veroordeelt [verweerster] in de kosten van de procedure in incidenteel hoger beroep, aan de zijde van Rover tot op heden begroot op € 1.479,-;
- bepaalt dat als [verweerster] niet binnen veertien dagen na aanschrijving aan de hiervoor genoemde kostenveroordeling heeft voldaan en deze beschikking vervolgens wordt betekend, [verweerster] de kosten van die betekening moet betalen, plus extra nakosten van € 98;
- verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.