Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:GHDHA:2026:1973

Gerechtshof Den Haag

Datum uitspraak
23 juni 2026
Publicatiedatum
16 juni 2026
Zaaknummer
200.339.049/01
Instantie
Gerechtshof Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Deels toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:230g lid 1 BWArt. 6:230h lid 1 BWArt. 6:230m BWArt. 6:230n lid 3 BWArt. 6:230k lid 2 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Betaling openstaande facturen deelautoverhuur verminderd wegens niet-naleving informatieplichten

Greenwheels vordert betaling van openstaande facturen van een consument voor het gebruik van deelauto's. De kantonrechter wees de vordering af wegens onvoldoende onderbouwing en niet-naleving van informatieplichten bij overeenkomsten op afstand.

In hoger beroep oordeelt het hof dat Greenwheels onvoldoende heeft aangetoond dat zij aan alle essentiële informatieplichten heeft voldaan, met name bij de reserveringsovereenkomsten. De betalingsverplichting wordt daarom verminderd met 40% conform het Sanctiemodel.

Het hof wijst een bedrag van € 2.137,47 toe, bestaande uit facturen voor autogebruik en verkeersboetes, en een vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten. Administratiekosten voor bekeuringen worden afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing. Proceskosten worden gecompenseerd, waarbij elke partij haar eigen kosten draagt.

Uitkomst: Betalingsverplichting consument verminderd met 40% en toewijzing van € 2.137,47 plus rente en buitengerechtelijke kosten.

Uitspraak

GERECHTSHOF DEN HAAG

Civiel recht
Team Handel
Zaaknummer hof : 200.339.049/01
Zaak- en rolnummer rechtbank : 10738252 \ CV EXPL 23-3162
Arrest van 23 juni 2026
in de zaak van
Collect Car B.V.,
h.o.d.n. Greenwheels,
gevestigd in Rotterdam,
appellante,
advocaat: mr. W. Boeters, kantoorhoudend in Rotterdam,
tegen
[geïntimeerde],
met briefadres gekozen hebbend in [woonplaats],
geïntimeerde,
niet verschenen.
Het hof zal partijen hierna Greenwheels en de consument noemen.

1.De zaak in het kort

1.1
Greenwheels vordert in deze zaak de betaling van een aantal openstaande facturen vanwege gebruik van haar (huur)auto’s door een consument.
1.2
De kantonrechter heeft de vordering afgewezen omdat Greenwheels haar vordering onvoldoende had onderbouwd, gelet op de (pre)contractuele informatieplichten waar de rechter ambtshalve aan heeft te toetsen. In hoger beroep zal het hof niet de gehele vordering afwijzen, maar een aftrek toepassen van 40 procent op de hoofdsom, in overeenstemming met de door rechtbanken ontwikkelde Richtlijn Sanctiemodel informatieplichten.

2.Procesverloop in hoger beroep

2.1
Het verloop van de procedure in hoger beroep blijkt uit de volgende stukken:
  • de dagvaarding van 28 februari 2024, waarmee Greenwheels in hoger beroep is gekomen van het vonnis van de kantonrechter in de rechtbank Den Haag (zittingsplaats Leiden) van 29 november 2023 (hierna: het bestreden vonnis);
  • de memorie van grieven van Greenwheels, met bijlagen.
2.2
De consument is in deze procedure niet verschenen. Aan hem is verstek verleend.

3.Feitelijke achtergrond

3.1
Greenwheels verhuurt personenauto’s en lichte bedrijfsauto's. De consument is een consument in de zin van art. 6:230g lid 1, aanhef en onder a BW en daarmee in de zin van art. 6:230m BW (informatieplichten bij een overeenkomst op afstand).
3.2
Partijen hebben een overeenkomst gesloten (hierna: de abonnementsovereenkomst) op grond waarvan de consument voor een bepaalde tijd een auto kan huren van Greenwheels. De consument heeft diverse malen onder deze overeenkomst auto’s van Greenwheels gehuurd.
3.3
De consument heeft facturen van Greenwheels onbetaald gelaten voor in totaal een bedrag van € 3.499,78.

4.Het verloop van de procedure

4.1
Greenwheels heeft de consument gedagvaard en gevorderd om – samengevat weergegeven – de consument te veroordelen tot betaling aan Greenwheels van een bedrag van € 4.239,24 (het uitstaande bedrag aan facturen, vermeerderd met rente en kosten tot datum dagvaarding), te vermeerderen met de wettelijke rente en met veroordeling in de proceskosten en de wettelijke rente over de proceskosten bij niet tijdige betaling.
4.2
De consument is in de eerste aanleg niet verschenen en aan hem is verstek verleend.
4.3
De kantonrechter heeft de vorderingen afgewezen en Greenwheels in de kosten veroordeeld van de consument, die zijn begroot op nihil. De kantonrechter was van oordeel dat Greenwheels niet had voldaan aan haar stelplicht dat de geldende informatieplichten zijn nageleefd.
4.4
Greenwheels is in hoger beroep gekomen en vordert hetzelfde als bij de kantonrechter, met veroordeling van de consument in de (na)kosten.

5.Juridisch kader

Reikwijdte ambtshalve onderzoek naar de vraag of is voldaan aan informatieplichten bij het sluiten van een overeenkomst op afstand

5.1
De vordering van Greenwheels is gebaseerd op een overeenkomst gesloten ‘op afstand’ tussen een handelaar en een consument. Bij het sluiten van dergelijke overeenkomsten moet, om de consument te beschermen, aan de wettelijke informatieplichten zijn voldaan. Deze informatieplichten zijn opgenomen in Boek 6, titel 5, afdeling 2B van het Burgerlijk Wetboek (BW) en implementeren Richtlijn 2011/83/EU van het Europees Parlement en de Raad betreffende consumentenrechten (hierna: Richtlijn consumentenrechten). [1]
5.2
Een consumentenovereenkomst is een overeenkomst tussen een consument en een handelaar:
(i) waarbij de consument een prijs betaalt of zich daartoe verbindt (art. 6:230h lid 1 onder a BW); en/of
(ii) waarbij (verkort weergegeven) een handelaar digitale inhoud levert (anders dan op een materiële drager) of een digitale dienst verricht (of zich ertoe verbindt deze te verrichten) en de consument persoonsgegevens aan de handelaar verstrekt of zich ertoe verbindt deze te verstrekken.
5.3
In het geval van een consumentenovereenkomst gesloten ‘op afstand’ rust op de handelaar de plicht om voordat een consument aan de overeenkomst gebonden is (dus voor het plaatsen van de bestelling van de zaak of de dienst) de informatie genoemd in de artikelen 6:230m BW en 6:230v BW te geven (hierna: de informatieplichten).
5.4
De informatieplichten kunnen worden onderscheiden in:
(i) de informatieplichten waaraan de wet bij niet-naleving ervan specifieke sancties verbindt,
(ii) de informatieplichten waaraan extra gewicht toekomt (hierna: de essentiële informatieplichten), en
(iii) overige informatieplichten.
Ambtshalve toetsing en, in het verlengde daarvan, ambtshalve toepassing van sancties, dient plaats te vinden met betrekking tot de hiervoor onder (i) en (ii) bedoelde informatieplichten, waarbij opmerking verdient dat sommige informatieplichten waaraan de wet een specifieke sanctie verbindt, tevens essentiële informatieplichten zijn.
5.5
Ambtshalve toetsing en ambtshalve toepassing van sancties door de civiele rechter voor de hiervoor onder (iii) bedoelde overige informatieplichten is niet aangewezen (HR 12 november 2021, ECLI:NL:HR:2021:1677 (Arvato), rov. 3.1.9).
5.6
In het geval van een koop op afstand dient de rechter ambtshalve te onderzoeken of uit de stellingen van de handelaar en de overgelegde stukken genoegzaam blijkt dat een handelaar de volgende informatieplichten heeft nageleefd en als dat niet het geval is welke sanctie daaraan verbonden is (HR 12 november 2021, ECLI:NL:HR:2021:1677 (Arvato), rov. 3.1.20):
Informatieplicht
wetsbepaling BW
Sanctie
voornaamste kenmerken zaken of diensten
art. 6:230m lid 1 onder a
(gedeeltelijke) vernietiging
identiteit en adresgegevens van de handelaar
art. 6:230m lid 1 onder b en c
(gedeeltelijke) vernietiging
totale prijs
art. 6:230m lid 1 onder e
(gedeeltelijke) vernietiging
bijkomende kosten
art. 6:230m lid 1 onder e en onder i
kosten niet verschuldigd (art. 6:230n lid 3)
afwijkende kosten communicatiemiddel wanneer deze kosten op een andere grondslag dan het basistarief worden berekend
art. 6:230m lid 1 onder f
geen kosten boven basistarief (art. 6:230k lid 2); eventueel: (gedeeltelijke) vernietiging
wijze van betaling, levering, uitvoering, leveringstermijn
art. 6:230m lid 1 onder g
(gedeeltelijke) vernietiging
ontbindingsrecht
art. 6:230m lid 1 onder h
verlenging ontbindingstermijn (art. 6:230o lid 2), kosten niet verschuldigd (art. 6:230s lid 5), consument niet aansprakelijk voor waardevermindering (art. 6:230s lid 3); eventueel: (gedeeltelijke) vernietiging
kosten terugzending
art. 6:230m lid 1 onder i
kosten niet verschuldigd (art. 6:230s lid 2)
verschuldigdheid redelijke kosten na ontbinding
art. 6:230m lid 1 onder j
kosten niet verschuldigd (art. 6:230s lid 5)
duur overeenkomst of opzeggingsvoorwaarden, voor zover van toepassing
art. 6:230m lid 1 onder o
(gedeeltelijke) vernietiging
minimumduur overeenkomst voor de consument, voor zover van toepassing
art. 6:230m lid 1 onder p
(gedeeltelijke) vernietiging
Aangaan van de betalingsverplichting (inrichting ‘bestelknop’)
art. 6:230v lid 3
vernietiging overeenkomst (art. 6:230v lid 3)
5.7
Over de ‘inrichting van de bestelknop’ (art. 6:230v lid 3 BW) wordt nog opgemerkt dat handelaren vrij zijn in hun keuze van de te gebruiken woorden, mits uit die woorden ondubbelzinnig blijkt dat de consument, zodra hij de bestelknop aanklikt, een betalingsverplichting aangaat (HvJ EU 7 april 2022, ECLI:EU:C:2022:269 (Fuhrmann-2), onder 27). De tekst ‘bestelling plaatsen’ is niet voldoende ondubbelzinnig (vrgl. HR 4 oktober 2024, ECLI:NL:HR:2024:1355 (Bestelknop), onder 4.7.4).
5.8
De verplichting van de handelaar om de consument te informeren ontstaat op het moment dat de consument er onherroepelijk mee instemt gebonden te zijn door een betalingsverplichting in geval van vervulling van een voorwaarde waarop hij geen invloed heeft, ook al is deze voorwaarde nog niet vervuld (HvJ EU 30 mei 2024, ECLI:EU:C:2024:436 (Conny) onder 47, hierna: het Conny-arrest).
Sancties
5.9
Indien niet is voldaan aan de essentiële informatieverplichtingen op de wijze zoals voorgeschreven in art. 6:230v BW, dient de rechter een doeltreffende, evenredige en afschrikkende sanctie toe te passen (HR 12 november 2021, ECLI:NL:HR:2021:1677 (Arvato), onder 3.1.12).
5.1
De rechter kan daarbij gehouden zijn om ambtshalve een op afstand (of buiten de verkoopruimte) gesloten overeenkomst geheel of gedeeltelijk te vernietigen op grond van art. 3:40 lid 2 BW Pro, indien sprake is van een voldoende ernstige schending van een of meer essentiële informatieplichten. De gedeeltelijke vernietiging van de overeenkomst kan bestaan in een vermindering van de verplichtingen, met name de betalingsverplichtingen, van de consument (HR 12 november 2021, ECLI:NL:HR:2021:1677 (Arvato), onder 3.1.15).
5.11
Als de consument niet in het geding is verschenen mag de rechter de overeenkomst op de voet van art. 6:230v lid 3 BW slechts gedeeltelijk vernietigen, in die zin dat de vernietiging de rechten van de consument niet aantast en de verplichtingen van de consument in stand blijven voor zover nodig is om te voorkomen dat de sanctie voor de handelaar onevenredig zou zijn. (HR 4 oktober 2024, ECLI:NL:HR:2024:1355 (Bestelknop-arrest), onder 4.8.8).
5.12
Binnen de rechtspraak heeft het Landelijk Overleg Vakinhoud Civiel en Kanton (LOVCK) een voor de rechter niet-bindend kader vastgesteld voor toe te passen sancties. Dit betreft de op rechtspraak.nl gepubliceerde ‘Richtlijn Sanctiemodel informatieplichten’ (hierna: het Sanctiemodel).
Informatieplichten bij overeenkomsten voor autoverhuur/verhuur van deelauto’s
5.13
Bij de beoordeling van de vraag of Greenwheels in dit geval aan haar informatieplichten heeft voldaan – de categorieën in rov. 5.4 hiervoor genoemd onder (i) en (ii) – wordt verder nog het volgende vooropgesteld.
5.14
Volgens de overgelegde algemene voorwaarden van Greenwheels sluit een consument eerst een overeenkomst voor een abonnement (waarbij een keuze wordt gemaakt uit een bepaald soort abonnementsvorm) (hierna: de abonnementsovereenkomst). Indien vervolgens een auto wordt gereserveerd voor een bepaalde tijd komt (bij acceptatie door Greenwheels) een ‘reserveringsovereenkomst’ tot stand (hierna: de reserveringsovereenkomst).
5.15
Greenwheels heeft dus te onderscheiden overeenkomsten met de consument gesloten. De Richtlijn consumentenrechten vermeldt:
“[Preambule]
(27) … Met betrekking tot goederenvervoer en autoverhuur, die diensten zijn, dient de consument te kunnen genieten van de bescherming die deze richtlijn biedt, met uitzondering van het herroepingsrecht.”
en
Artikel 2 Definities Pro[…]
6. ‘dienstenovereenkomst’: iedere andere overeenkomst dan een verkoopovereenkomst, waarbij de handelaar de consument een dienst, met inbegrip van een digitale dienst, levert of zich ertoe verbindt deze te leveren;
5.16
Gelet op het bepaalde in de Richtlijn consumentenrechten, zullen afgesloten reserveringsovereenkomsten steeds kwalificeren als een dienstenovereenkomst in de zin van deze richtlijn.
5.17
Het antwoord op de vraag of ook de abonnementsovereenkomst als een consumentenovereenkomst valt aan te merken is afhankelijk van de vraag voor welke abonnementsvorm is gekozen. Greenwheels biedt een consument bij het afsluiten van een abonnementsovereenkomst de keuze tussen zowel betaalde als kosteloze abonnementsvormen. In het geval de consument kiest voor een abonnementsvorm zonder betalingsverplichting is geen sprake van een consumentenovereenkomst in de zin van art. 6:230h lid 1 onder a (en/of b) BW omdat niet wordt voldaan aan het vereiste dat ‘een prijs’ wordt betaald (onder a) en ook geen digitale dienst wordt geleverd (onder b). Een betalingsverplichting voor de consument ontstaat – bij een kosteloze abonnementsvorm – eerst nadat de consument zelf ervoor heeft gekozen een auto te huren. Mede gelet op wat is overwogen in het Conny-arrest dient (eerst voorafgaande aan) dat moment te worden voldaan aan de informatieplichten. Het gevolg is dat alleen indien sprake is van een betaalde abonnementsovereenkomst onderzocht moet worden in hoeverre Greenwheels aan de daarbij op haar rustende informatieplichten heeft voldaan.
5.18
Vastgesteld wordt verder nog dat het recht van ontbinding/herroeping niet geldt voor overeenkomsten voor autoverhuur (artikel 6:230p lid e BW) met als gevolg dat dit recht ook niet bestaat voor reserveringsovereenkomsten. Voor abonnementsovereenkomsten waarvoor een prijs in rekening wordt gebracht geldt deze uitzondering niet, omdat bij het afsluiten van (alleen) een abonnement nog geen sprake is van autohuur, maar alleen een overeenkomst wordt gesloten (op afstand) op grond waarvan de consument het recht wordt gegeven een auto te mogen (gaan) huren.

6.De beoordeling in hoger beroep

6.1
De twee grieven van Greenwheels (die zich lenen voor gezamenlijke behandeling) strekken tot een herbeoordeling van de vraag of Greenwheels aan haar informatieplichten heeft voldaan. Voor zover daarvan geen sprake is geweest dient haar vordering niet geheel te worden afgewezen, maar dient een aftrek te worden toegepast conform het Sanctiemodel, aldus Greenwheels.
6.2
In dit geval heeft de consument gekozen voor de kosteloze abonnementsvorm ‘soms’. Beoordeeld dient daarom alleen te worden in hoeverre Greenwheels aan haar informatieplichten heeft voldaan bij het afsluiten van de reserveringsovereenkomst met de consument. Voor zover Greenwheels relevante informatie heeft verstrekt vóór het afsluiten van de abonnementsovereenkomst, zal dat in de beoordeling worden betrokken.
6.3
Opgemerkt wordt nog dat Greenwheels in haar processtukken geen onderscheid heeft gemaakt tussen het afsluiten van de abonnementsovereenkomst en de totstandkoming van de reserveringsovereenkomsten. Greenwheels heeft ook geen schermafdrukken in het geding gebracht die betrekking hebben op de totstandkoming van de reserveringsovereenkomsten.
6.4
In zoverre heeft Greenwheels ook in hoger beroep haar vordering niet van een voldoende onderbouwing voorzien. Omdat Greenwheels al voor aanvang van de procedure bij de kantonrechter erop is gewezen welke stukken zij zou dienen te overleggen – om inzichtelijk te maken hoe het bestelproces is doorlopen en welke informatie daarbij is gegeven – en dat in hoger beroep opnieuw heeft nagelaten, zal Greenwheels niet meer in de gelegenheid worden gesteld om dat alsnog te doen.
De reserveringsovereenkomsten
6.5
Het hof is van oordeel dat Greenwheels bij de totstandkoming van de reserveringsovereenkomsten ervan mocht uitgaan dat de consument reeds beschikte over:
- de voornaamste kenmerken van de overeenkomst; de consument maakte immers zelf een keuze voor het type auto en de tijdsduur bij iedere reservering; en
- haar identiteits-/adresgegevens; die reeds waren verstrekt bij het aangaan van de abonnementsovereenkomst en ook raadpleegbaar waren op haar website.
- informatie over de betalingsmogelijkheden; de overgelegde schermafdrukken vermelden dat betaald dient te worden per automatische incasso (de schermafdruk van het contract) en dat tweemaal per maand daarvoor een factuur wordt gestuurd (de schermafdruk met ‘De belangrijkste spelregels’), en verdere voorlichting hierover wordt gegeven in de algemene voorwaarden.
6.6
Niet kan worden vastgesteld of Greenwheels ook heeft voldaan aan de volgende (toepasselijke/relevante) informatieplichten:
- informatie over de kosten (artikel 6:230m lid 1 onder e BW); het hof is van oordeel dat Greenwheels gehouden was voor de totstandkoming van elke reserveringsovereenkomst, de consument ten minste in staat te stellen (globaal) de prijs te berekenen van een ‘rit’ door het uurtarief en de prijs per kilometer die in rekening zou worden gebracht te vermelden tijdens het reserveringsproces; en
- de ‘bestelknop’ (voor het maken van een reservering); niet kan worden vastgesteld dat deze vermeldde ‘bestellen/reserveren/huren met betalingsverplichting’ of woorden van gelijke strekking. Greenwheels heeft dat ook niet met zoveel woorden gesteld.
6.7
Geconstateerd wordt dat bij het aangaan van de reserveringsovereenkomsten (telkens) sprake geweest van één voldoende ernstige schending in de zin van het sanctiemodel en het hof ook niet heeft kunnen vaststellen dat de tekst van de bestelknop voldoet aan de daar aan te stellen eisen.
6.8
Gelet hierop zal het hof - conform het Sanctiemodel – de met de consument gesloten reserveringsovereenkomsten partieel vernietigen en de door Greenwheels gevorderde facturen verminderen met 40 procent. Het hof acht dat in dit geval een passende en redelijke uitkomst.
6.9
Greenwheels maakt aanspraak op betaling van € 3.380,78 voor het gebruik van haar deelauto’s (het totaal gefactureerde bedrag verminderd met boetes en administratiekosten), daarvan is € 2.028,47 toewijsbaar.
Bekeuringen
6.1
In de gevorderde facturen maakt Greenwheels aanspraak op betaling van een bekeuring van € 109,-. Dit bedrag is, nu het gevorderde het hof niet onrechtmatig of ongegrond voorkomt, toewijsbaar.
Administratiekosten bekeuringen
6.11
Over de bij de doorbelasting van de bekeuring in rekening gebrachte ‘administratiekosten bekeuringen’ (een bedrag van € 10,-) wordt overwogen als volgt. Greenwheels heeft niet specifiek toegelicht waarom zij dit bedrag voor ‘administratiekosten bekeuringen’ (die worden vermeld op de facturen) in rekening mag brengen.
6.12
Vastgesteld wordt dat in de algemene voorwaarden (onder 35) is opgenomen dat administratiekosten in rekening zullen worden gebracht voor de verwerking van iedere verkeersovertreding. Voor de hoogte van het bedrag dat daarvoor in rekening zal worden gebracht wordt verwezen naar de website.
6.13
Greenwheels heeft niet toegelicht dat zij administratiekosten in rekening heeft gebracht in overeenstemming met het tarief zoals op haar website is gemeld, noch een schermafdruk daarvan overgelegd. In zoverre heeft zij haar vordering onvoldoende onderbouwd en is deze niet toewijsbaar.
De toewijsbare hoofdsom
6.14
Hiervoor is in totaal € 2.137,47 toewijsbaar geoordeeld (hierna: de hoofdsom):
- € 2.028,47 (reserveringen deelauto’s); en
- € 109,- (verkeersboetes).
Buitengerechtelijke kosten
6.15
Greenwheels heeft ook veroordeling van de consument tot vergoeding van buitengerechtelijke kosten gevorderd.
6.16
Het hof constateert dat Greenwheels een zogeheten veertiendagenbrief van 3 maart 2023 heeft gezonden die aan de eisen van artikel 6:96 lid 6 BW Pro voldoet, zodat een vergoeding voor buitengerechtelijke kosten toewijsbaar is. Er zijn geen omstandigheden om (ambtshalve) tot matiging van de gevorderde vergoeding over te gaan.
6.17
Volgens de tarieven van het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten is in dit geval, gelet op de toewijsbaar geoordeelde hoofdsom, een bedrag van € 320,62 aan buitengerechtelijke kosten, toewijsbaar.
Wettelijke rente
6.18
In voornoemde veertiendagenbrief is gesommeerd te betalen binnen 15 dagen en wordt de consument in gebreke gesteld voor het geval niet binnen deze termijn wordt betaald. Gelet hierop is de wettelijke rente toewijsbaar over de hoofdsom vanaf 19 maart 2023.
6.19
De wettelijke rente over de buitengerechtelijke kosten zal worden toegewezen per datum dagvaarding (30 oktober 2023), zoals door Greenwheels is gevorderd.
Oneerlijke bedingen
6.2
Het hof heeft – ambtshalve toetsend – geen bedingen oneerlijk bevonden.
Conclusie en proceskosten
6.21
Het bestreden vonnis, waarbij de vordering van Greenwheels geheel is afgewezen en Greenwheels in de proceskosten is veroordeeld, zal worden vernietigd. Het hof zal opnieuw beslissen zoals hierna onder ‘Beslissing’ is weergegeven.
6.22
Omdat de vordering van Greenwheels in hoger beroep slechts ten dele, voor ongeveer de helft, wordt toegewezen en Greenwheels zowel een eerste aanleg als in hoger beroep valt te verwijten niet de juiste/alle stukken te hebben aangeleverd om te kunnen beoordelen of zij aan de op haar rustende informatieplichten heeft voldaan, zal het hof de proceskosten van het geding bij de kantonrechter en van het hoger beroep compenseren. Dat betekent dat Greenwheels haar eigen proceskosten moet dragen.

7.Beslissing

Het hof:
7.1
vernietigt het bestreden vonnis;
7.2
opnieuw rechtdoende:
  • vernietigt de met [geïntimeerde] gesloten reserveringsovereenkomsten partieel, de betalingsverplichting van [geïntimeerde] onder die overeenkomsten wordt verminderd met 40 procent;
  • veroordeelt [geïntimeerde] om aan Greenwheels een hoofdsom van € 2.137,47 te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente over dat bedrag vanaf 19 maart 2023;
  • veroordeelt [geïntimeerde] om aan Greenwheels als vergoeding voor buitengerechtelijke kosten € 320,62 te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente over dat bedrag vanaf 30 oktober 2023; en
  • compenseert de proceskosten van het geding bij de kantonrechter tussen de partijen, aldus dat elke partij de eigen proceskosten moet dragen;
7.3
compenseert de proceskosten van het hoger beroep tussen de partijen, aldus dat elke partij de eigen proceskosten moet dragen;
7.4
bepaalt dat als [geïntimeerde] niet binnen veertien dagen na aanschrijving aan deze uitspraak heeft voldaan en dit arrest vervolgens wordt betekend, [geïntimeerde] de kosten van die betekening moet betalen, plus extra nakosten van € 98,-;
7.5
verklaart dit arrest uitvoerbaar bij voorraad;
7.6
wijst af het meer of anders gevorderde.
Dit arrest is gewezen door mrs. A.J.P. Schild, H.J. van Harten en R.F. Groos en in het openbaar uitgesproken op 23 juni 2026 in aanwezigheid van de griffier.

Voetnoten

1.Pb L 304 van 2011, nadien gewijzigd.