Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
1.De zaak in het kort
2.Procesverloop in hoger beroep
- de dagvaarding van 20 oktober 2025, met producties, waarmee NVIG in hoger beroep is gekomen van het vonnis van de voorzieningenrechter in de rechtbank Den Haag van 2 oktober 2025. In de dagvaarding zijn de grieven tegen dit vonnis opgenomen;
- de memorie van antwoord van de Staat;
- de akte van NVIG, met de producties 5 t/m 8;
- de antwoordakte van de Staat.
3.Feitelijke achtergrond
4.Procedure bij de voorzieningenrechter
5.Vordering in hoger beroep
6.Beoordeling in hoger beroep
Inleiding
.
7.Beslissing
- bekrachtigt het vonnis van de voorzieningenrechter in de rechtbank Den Haag van 2 oktober 2025;
- veroordeelt NVIG in de kosten van de procedure in hoger beroep, aan de zijde van de Staat begroot op € 10.333,-, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten als NVIG deze niet binnen veertien dagen na heden heeft betaald;
- bepaalt dat als NVIG niet binnen veertien dagen na aanschrijving aan de uitspraak heeft voldaan en dit arrest vervolgens wordt betekend, NVIG de kosten van die betekening moet betalen, plus extra nakosten van € 98,-, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten als NVIG deze niet binnen veertien dagen na betekening heeft betaald;
- verklaart dit arrest uitvoerbaar bij voorraad voor zover het de kostenveroordeling betreft;
- wijst af wat in hoger beroep meer of anders is gevorderd.