Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
uitspraak van 13 mei 2026
de inspecteur van de Belastingdienst, de Inspecteur,
Procesverloop
Feiten
Samenvatting van uw bezwaar
Beoordeling van uw bezwaar
Oordeel van de Rechtbank
Gebruikelijk loon
Gerechtshof Den Haag
Belanghebbende, een vastgoedvennootschap, betwistte de naheffingsaanslagen loonheffing over 2018-2022, waarbij de Inspecteur het gebruikelijk loon van de bestuurder had vastgesteld op basis van het loon van een bestuurder van een woningcorporatie (bezoldigingsklasse B) met een doelmatigheidsmarge van 25%. De Rechtbank had het loon vastgesteld op de normbedragen, waarbij belanghebbende een lager loon had opgegeven.
In hoger beroep stelde belanghebbende dat het loon lager moest worden vastgesteld vanwege deeltijdwerk, minder zware functie en kleiner aantal woningen. De Inspecteur stelde dat het loon juist niet lager mocht zijn dan het normbedrag. Het Hof oordeelde dat geen van beide partijen voldoende bewijs had geleverd om van het normbedrag af te wijken en bevestigde de normbedragen als gebruikelijk loon.
Verder oordeelde het Hof dat de bijtelling privégebruik van de Mini’s terecht als eindheffingsbestanddeel was aangemerkt, omdat belanghebbende onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat de naheffing verhaalbaar was bij de werknemer. De verzuimboetes werden passend gematigd tot €12.500. Het hoger beroep van belanghebbende en het incidenteel hoger beroep van de Inspecteur werden ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het Gerechtshof bevestigt het normgebruikelijk loon, handhaaft de bijtelling privégebruik auto en verzuimboetes, en verklaart het hoger beroep van belanghebbende en het incidenteel hoger beroep van de Inspecteur ongegrond.