ECLI:NL:GHDHA:2025:876
Gerechtshof Den Haag
- Beschikking
- A. Zonneveld
- I. Reijngoud
- P.C. van den Brink
- Rechtspraak.nl
Hof bekrachtigt verlenging machtiging uithuisplaatsing en perspectiefbesluit pleegzorg
De zaak betreft het hoger beroep van de moeder tegen de verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van haar minderjarige kind, dat sinds 2022 in een pleeggezin verblijft. De moeder betwist de noodzaak van de verlenging en stelt dat de situatie is veranderd, onder meer door haar afgeronde therapieën en verbeterde persoonlijke omstandigheden.
De gecertificeerde instelling en de bijzondere curator stellen dat het belang van de minderjarige, die gehecht is aan het pleeggezin en een traumatische voorgeschiedenis heeft, vraagt om voortzetting van de uithuisplaatsing. Het hof overweegt dat de kinderrechter terecht de machtiging heeft verlengd, omdat dit noodzakelijk is voor de verzorging en opvoeding van het kind. Nieuwe feiten of omstandigheden die tot een ander oordeel leiden, zijn niet aangevoerd.
Daarnaast heeft het hof het perspectiefbesluit beoordeeld, waarin is vastgesteld dat de minderjarige in het pleeggezin zal opgroeien en terugplaatsing bij de moeder niet meer wordt nagestreefd. De moeder betwistte de toetsing van dit besluit door de rechtbank, maar het hof volgt de Hoge Raad en bevestigt dat de toetsing in het kader van de machtiging tot uithuisplaatsing plaatsvindt. Het hof onderschrijft het perspectiefbesluit en acht het in het belang van de minderjarige om in het pleeggezin te blijven.
De beschikking van de rechtbank wordt bekrachtigd, waarmee het hoger beroep van de moeder wordt afgewezen.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing en bevestigt het perspectiefbesluit dat de minderjarige in het pleeggezin blijft opgroeien.