ECLI:NL:GHDHA:2025:536
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken recente volmacht in WOZ-zaak
In deze bestuursrechtelijke zaak heeft het Gerechtshof Den Haag het hoger beroep van [Y], die belanghebbende [X] vertegenwoordigt, niet-ontvankelijk verklaard. De zaak betreft een geschil over de WOZ-waarde van een woning vastgesteld op €386.000 voor het jaar 2022 en de daaraan verbonden aanslagen. Belanghebbende had bezwaar gemaakt tegen de beschikking, dat bezwaar werd ongegrond verklaard en ook het beroep bij de rechtbank werd afgewezen.
[Y] stelde hoger beroep in en voegde een volmacht toe gedateerd 10 maart 2022. Het Hof vroeg echter een recente volmacht (niet ouder dan zes maanden) en een kopie van een geldig identiteitsbewijs van belanghebbende, vanwege twijfels over de vertegenwoordigingsbevoegdheid van [Y]. Ondanks toezeggingen werden deze documenten niet binnen de gestelde termijn overgelegd.
Het Hof oordeelde dat op grond van artikel 8:24 lid 2 Awb Pro en jurisprudentie een nieuwe machtiging kan worden verlangd als er twijfel bestaat over de vertegenwoordigingsbevoegdheid. Het niet overleggen van een recente volmacht leidde tot niet-ontvankelijkheid van het hoger beroep. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak is op 13 maart 2025 in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het niet overleggen van een recente volmacht en identiteitsbewijs.