Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
1.De zaak in het kort
2.2 Procesverloop in hoger beroep
- het beroepschrift, met producties, ingekomen ter griffie op 5 juni 2024, waarmee [verzoeker] in beroep is gekomen van de beschikking van de kantonrechter in de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Den Haag van 5 maart 2024 (hierna de beschikking of de bestreden beschikking).
- het verweerschrift van [verweerster] met één productie ingekomen ter griffie op 28 april 2025;
3.Feitelijke achtergrond en Grief I
“
Zoals je aangeeft ga je de afgelopen situatie loslaten.
[naam 3] en [verzoeker] hebben daarna vervolggesprekken gevoerd.
we de toekomst op een positieve wijze tegemoet gaan’.
3. Als je een onenigheid met een collega hebt spreek je hem daar rustig en binnen 24 uur op aan en laat je mij dit weten.
tussentijdse evaluatie van jouw verbetertraject’ van 22 juni 2021 heeft [naam 3] een aantal positieve ontwikkelingen beschreven met betrekking tot de onderwerpen Aansturing, Actief deelnemen aan de groep ( [verzoeker] start op tijd in de conciërgekamer), Het aanspreken van collega’s (slechts één conflict in de laatste periode en besproken hoe dit volgende keer beter of anders kan worden opgelost), en verantwoordelijkheid nemen (‘ [verzoeker] voert zijn werkzaamheden goed uit en werkt goed mee met de groep’).
[verzoeker] , ik heb heel veel gesprekken met jou gehad, we hebben afspraken gemaakt waar jij het mee eens was en ik heb je heel veel ruimte en kansen gegeven. Ik ben het ook niet eens met jouw beschuldigingen”.
lost and foundvan 16 juli 2021, dat hij niet heeft gezegd dat [naam 3] en [naam 2] hem oneerlijk behandelen, dat er telkens wordt gedreigd met HR, dat er sprake is van kliekvorming in het conciërgeteam omdat collega’s vinden dat hij ( [verzoeker] ) in de weg staat aan de vrijheid en wetteloosheid die zij al jaren gewend zijn, dat hij ( [verzoeker] ) overal de schuld van krijgt en gediscrimineerd wordt en dat eenzijdige en onterechte verslagen worden opgemaakt en tegen hem verzameld.
Wij zien dat een aantal essentiële punten voor verbetering niet voldoende zijn ontwikkeld voor jouw functie en hier willen wij graag verbetering in zien”. [naam 3] noemt acht concrete ontwikkelpunten (Communicatie, Feedback positief en respectvol, Naleven integriteitscode, HR gerelateerde gesprekken met minimaal drie personen, Oude afspraken blijven actief (op tijd komen, bij onenigheid collega aanspreken binnen 24 uur op een rustige manier, proactieve houding), Praten met eigen huisarts en vragen om verwijzing naar sociaal maatschappelijk werk. Doelstelling is dat [verzoeker] binnen drie maanden werkt op het gewenste niveau van Conciërge schaal 4.
Samenvattend is de heer [naam 3] van mening dat de heer [verzoeker] :
De heer [stafadviseur HR] vertelt dat de school en het management al zeer lang bezig zijn om de heer [verzoeker] aan te spreken op zijn houding en gedrag maar dat er op dat vlak niet of nauwelijks verbetering is. Een dieptepunt was het gesprek met de HR adviseur waarin hij mevrouw [HR adviseur] ernstig schoffeerde door haar van alles te verwijten en haar verdacht van samenzwering om hem weg te krijgen. In de optiek van het management van de school is het vertrouwen in een verbetering van de houding en het gedrag van de heer [verzoeker] hierdoor ernstig geschaad. De heer [stafadviseur HR] zegt dat de school daarom het liefst in goed overleg tot een oplossing wenst te komen om het dienstverband met de heer [verzoeker] te beëindigen. Een mogelijkheid daartoe is het komen tot een vaststellingsovereenkomst.
- het verbetertraject te verlengen;
- aan te geven welke verbeterpunten er precies zijn;
- wat de school kan doen om de heer [verzoeker] te helpen.”
A. Werktijden en pauzes
Ik ben blij dat wij er zijn uitgekomen en wil graag iedereen bedanken voor de tijd en energie. Ik ben bereid om mee te werken en zal me best doen zoals ik al 13 jaar doe en bij deze geef ik mijn akkoord.”
Er is een verbetering geconstateerd. Er zijn geen rode vlakken in de beoordeling, maar wel 7,5 oranje vlakken (3 meer dan was de afgesproken grens). Objectief gezien is dit onder het niveau dat we voorafgaand aan het verbetertraject hebben afgesproken (meer dan 90% groene beoordeling).
Na advies ingewonnen te hebben bij de PMR en bij een vertrouwenspersoon, wil ik graag mijn ernstige zorgen uiten over de behandeling door mijn leidinggevende [naam 3].
Er zijn veel aanwijzingen dat hij mij oneerlijk behandelt en beoordeelt, dat hij mij door zijn communicatie intimideert en dat hij mij geen eerlijke kans gunt. De reden hiervoor weet ik niet, maar ik overweeg een officiële klacht in te dienen en dit aanhangig te maken als hij niet stopt met zijn intimidatie en pestgedrag.
Ik krijg inderdaad de indruk dat ik anders wordt behandeld door [naam 3] dan mijn collega’s, (…) Diversiteit in onze school is een groot goed maar door mij te onderwerpen aan een langere en meer uitvoerige evaluatie vergeleken met mijn collega’s ontstaat de indruk dat ik anders wordt behandeld. Ik vermoed dat ik anders wordt behandeld vanwege mijn donkere huidskleur en mij achtergrond, maar heb hier geen hard bewijs voor. (…)”
Je bent aangesproken op het feit dat je bij de student council bent geweest en leerlingen hebt geconfronteerd met persoonlijke zaken zoals het verbeterplan en je werd daarbij emotioneel. (…) de conrector, heeft jou hierop aangesproken en in een apart gesprek aangegeven dat dit ongepast en onacceptabel is.
“
[conrector bedrijfsvoering] benadrukt dat [verzoeker] [naam 3] beschuldigt van discriminatie op basis van huidskleur, dat hij hem geïntimideerd heeft en aan micromanagement doet. Zware beschuldigingen die volgens hem niet gestaafd zijn met voorbeelden.
4.Procedure bij de kantonrechter
- De arbeidsovereenkomst tussen partijen is ernstig verstoord want partijen zijn al lang bezig met een verbetertraject en er is over en weer geen vertrouwen meer in een goede afloop daarvan. De beschuldiging van [verzoeker] inhoudende dat hij gediscrimineerd wordt, heeft de kans op verbetering van de situatie nog ingewikkelder gemaakt. Mediation heeft de situatie niet verbeterd. Dat [verzoeker] nog bij [verweerster] aan het werk is, duidt niet op een verbetering: [verzoeker] werkt tijdelijk onder een andere leidinggevende maar dat kan niet worden gecontinueerd.
- Herplaatsing binnen een redelijke termijn ligt niet in de rede.
- [verweerster] heeft niet ernstig verwijtbaar gehandeld.
- Aan [verzoeker] komt een transitievergoeding toe en er is geen aanleiding om te komen tot een proceskostenveroordeling.
5.Beoordeling in hoger beroep
Het hof voegt hier nog wel aan toe dat niet vastgesteld kan worden dat [verzoeker] [HR adviseur] bij gelegenheid van het gesprek van 21 april 2022 onheus heeft bejegend of dat zijn taalgebruik richting haar onbehoorlijk was. Dat [verweerster] hem van dit gedrag heeft beschuldigd is aan [verweerster] verwijtbaar, maar ook hier niet ernstig verwijtbaar.