ECLI:NL:GHDHA:2025:1709
Gerechtshof Den Haag
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over ingangsdatum kinderalimentatie voor minderjarige
Partijen zijn ouders van een minderjarige en geschil bestaat over de ingangsdatum van de kinderalimentatie die de man aan de vrouw moet betalen. De rechtbank had de alimentatie vastgesteld vanaf 18 november 2024, maar de vrouw vordert een eerdere ingangsdatum, primair 1 juli 2020.
De vrouw voert aan dat de man vanaf de geboorte van het kind onderhoudsplichtig was en dat hij op de hoogte was van zijn verplichtingen, mede door zijn erkenning en aanwezigheid bij de geboorte. Zij heeft echter vanwege mishandeling en angst pas laat een procedure gestart. De man is niet verschenen ter zitting.
Het hof overweegt dat de man redelijkerwijs vanaf 10 april 2024 rekening had kunnen houden met de alimentatieplicht, mede vanwege een brief van de advocaat van de vrouw waarin om inkomensgegevens werd verzocht. Gezien de rechtszekerheid en het feit dat de man niet is verschenen, acht het hof het niet redelijk om een eerdere ingangsdatum vast te stellen.
Het hof vernietigt de eerdere beschikking en bepaalt dat de man vanaf 10 april 2024 € 527 per maand aan kinderalimentatie betaalt. De proceskosten in hoger beroep worden gecompenseerd, zodat elke partij haar eigen kosten draagt.
Uitkomst: De ingangsdatum van de kinderalimentatie wordt vastgesteld op 10 april 2024 met betaling van € 527 per maand.