Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
Uitspraak van 5 augustus 2025
[X] B.V., gevestigd te [Z] , belanghebbende,
de heffingsambtenaar van de gemeente Noordwijk, de Heffingsambtenaar,
Procesverloop
Feiten
loods begane grond
loods verdieping
loods kelder
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Gerechtshof Den Haag
Belanghebbende maakte bezwaar tegen de WOZ-waarde van een winkelpand vastgesteld op €1.813.000 door de heffingsambtenaar van de gemeente Noordwijk. Na afwijzing van bezwaar en beroep bij de Rechtbank Den Haag, stelde belanghebbende hoger beroep in bij het Gerechtshof Den Haag.
De heffingsambtenaar onderbouwde de waarde met een waarderapport en een waardeopbouw gebaseerd op de huurwaardekapitalisatiemethode, waarbij een kapitalisatiefactor van 10,2 werd toegepast, lager dan de 11,3 voor vergelijkingsobjecten wegens mindere doelmatigheid. Tevens werd een coronapandemie-aftrek van 2% toegepast. Belanghebbende voerde onder meer aan dat de kapitalisatiefactor te hoog was en dat onvoldoende rekening was gehouden met corona-effecten.
Het Hof oordeelde dat de heffingsambtenaar voldoende aannemelijk had gemaakt dat de waarde niet te hoog was vastgesteld. Nadere stukken van belanghebbende die na de termijn van art. 8:58 Awb Pro waren ingediend, werden niet toegelaten wegens strijd met de goede procesorde. Ook werd geoordeeld dat de heffingsambtenaar niet verplicht was een bottom-up waardering te maken. Het beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de Rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep van belanghebbende tegen de vastgestelde WOZ-waarde van €1.813.000 is ongegrond verklaard.