Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
Arrest van 30 juli 2024
[appellante],
HTM Personenvervoer N.V.,
De zaak in het kort
Het procesverloop in hoger beroep
De feitelijke achtergrond
De procedure bij de rechtbank
De vorderingen in hoger beroep
grief I)
grief II)
grief III)
grief V)
grief VI)
De beoordeling in hoger beroep
: “Blijkens onze gegevens liep u daarbij (de aanraking met de tram, hof) ernstig lichamelijk letsel op.”Dat HTM ten tijde van die brief (acht dagen na het ongeval) over meer of andere gegevens aangaande de situatie van [appellante] beschikte dan ten tijde van het ongeval, is gesteld noch anderszins gebleken. Er dient dan ook van uit te worden gegaan dat HTM bij, of kort na, het ongeval wel degelijk doordrongen was van de ernst van het letsel. Het had daarom in redelijkheid op haar weg gelegen gegevens te verzamelen als hiervoor bedoeld in rov. 10.
“Die mevrouw heeft de tram dus moeten kunnen opmerken”, aldus HTM (zie o.a. proces-verbaal van de mondelinge behandeling in eerste aanleg onder 9). Het hof passeert deze stellingen van HTM in de gegeven omstandigheden als onvoldoende gemotiveerd. Bij gebreke van een verrichte (deugdelijke) ongevalsanalyse, kan, mede gelet op de betwistingen door [appellante] - als voormeld - niet worden uitgegaan van het door HTM geschetste scenario, inhoudend dat voor [appellante] een rood verkeerslicht te zien was tijdens het oversteken van de rijbaan en/of dat er voor haar waarneembare waarschuwingssignalen en belsignalen zijn geweest (waar zij niet op zou hebben gereageerd). Aldus moet het ervoor worden gehouden dat het voor [appellante] op het moment van het ongeval niet kenbaar was dat zij (als voetganger) voorrang moest verlenen aan een aankomende tram. Dit betekent dat aan [appellante] in redelijkheid hooguit kan worden toegerekend dat zij onvoorzichtig is geweest door de trambanen over te steken zonder eerst (voldoende) naar links te kijken om te zien of er vanuit die richting een tram aan kwam (een verkeersfout overeenkomstig het bepaalde in art. 5 WVW Pro).
“Ondanks mijn belsignalen reageerde ze niet omdat ze naar de andere kant keek om de andere tram te halen”(Ongevallenrapport 15 december 2014). In zijn verklaring van 19 april 2022 verklaart de bestuurder evenwel (onder 6):
“Zij had een paraplu op waardoor ik haar gezicht niet kon zien’”
De beslissing
opnieuw recht doende: