Uitspraak
1.De zaak en de beschikking in het kort
2.Het geding in hoger beroep
- de vader, bijgestaan door zijn advocaat;
- de moeder, bijgestaan door haar advocaat;
- de raad, vertegenwoordigd door de heer [vertegenwoordiger van de raad] .
Gerechtshof Den Haag
De rechtbank heeft het verzoek van de vader om een omgangsregeling met zijn minderjarige kind, dat kampt met ernstige psychische problematiek, afgewezen. De vader is in hoger beroep gegaan tegen deze beslissing.
Het hof constateert dat sinds het laatste contact tussen vader en kind ruim drie jaar is verstreken en dat de situatie van het kind niet is verbeterd. De omgangsregeling is stopgezet vanwege de negatieve effecten op het kind. De moeder en hulpverleners achten omgang op dit moment niet mogelijk vanwege de heftige reacties van het kind. De vader betwist de adequaatheid van de hulpverlening en ervaart uitsluiting.
Het hof acht een aanvullend onderzoek door de raad voor de kinderbescherming noodzakelijk om de actuele situatie te beoordelen en te onderzoeken welke rol de vader kan spelen in de behandeling en omgang. De zaak wordt pro forma aangehouden tot 29 juli 2023, waarna verdere stappen worden genomen op basis van het onderzoeksrapport.
Uitkomst: Het hof wijst het verzoek tot vaststelling van een omgangsregeling af en gelast een aanvullend onderzoek door de raad voor de kinderbescherming.