ECLI:NL:GHDHA:2023:2294
Gerechtshof Den Haag
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Vereffening nalatenschap met crimineel vermogen afgehandeld zonder overlegging aanvullende bescheiden
De zaak betreft de vereffening van de nalatenschap van een overleden erflater die strafrechtelijk is veroordeeld voor witwassen en andere criminele feiten. De nalatenschap bevatte aanzienlijke schulden en het gehele vermogen is op aanwijzing van de rechter-commissaris afgegeven aan de Staat wegens criminele herkomst.
De vereffenaar verzocht de vereffening op te heffen en overhandigde daarbij diverse bescheiden aan de rechter-commissaris. De erfgenaam, die de nalatenschap beneficiair had aanvaard, verzocht om inzage in deze bescheiden om adequaat te kunnen reageren op de opheffing. De rechtbank en het hof Amsterdam hadden eerder bepaald dat bepaalde bijlagen aan de erfgenaam verstrekt moesten worden, maar de Hoge Raad vernietigde deze beslissing en verwees de zaak terug naar het hof Den Haag.
Het hof Den Haag oordeelt dat de bijlagen en e-mail niet tot de gedingstukken behoren en dat het hof geen bevel zal geven om deze alsnog te overleggen. Dit omdat het vermogen volledig aan de Staat is afgedragen, er geen uitkering aan de erfgenaam kan plaatsvinden en de stukken niet nodig zijn voor de beoordeling van de opheffing. Het hof wijst het verzoek van de erfgenaam af en stelt hem in de gelegenheid schriftelijk te reageren op de voordracht tot opheffing, waarna de vereffenaar kan reageren. De zaak wordt pro forma aangehouden voor verdere behandeling.
Uitkomst: Het hof wijst het verzoek van de erfgenaam af om aanvullende bescheiden te overleggen en vernietigt de eerdere beschikking die dit verplichtte.