Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
Uitspraak van 6 juli 2023
[X] te [Z] , belanghebbende,
de inspecteur van de Belastingdienst, de Inspecteur,
Procesverloop
Oordeel van de Rechtbank
Bevoegdheid
Gerechtshof Den Haag
Belanghebbende deed aangifte BPM voor een Mercedes Benz GLE-klasse Coupé 350d, waarbij de BPM werd berekend op basis van een taxatierapport. De Inspecteur legde een naheffingsaanslag op wegens onjuiste waardebepaling door onjuiste referentievoertuigen en het niet meenemen van opties, wat leidde tot een hogere BPM.
De Rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, kende belanghebbende een immateriële schadevergoeding toe wegens overschrijding van de redelijke termijn en veroordeelde de Inspecteur tot vergoeding van griffierecht en proceskosten. Belanghebbende stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak.
Het Hof bevestigt de uitspraak van de Rechtbank, oordeelt dat de Inspecteur geen stukken heeft achtergehouden, geen hoorplicht is geschonden en het Europees verdedigingsbeginsel niet is overtreden. Het Hof wijst het verzoek om materiële schadevergoeding en integrale proceskosten af en ziet geen reden voor prejudiciële vragen aan het HvJ EU. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het Gerechtshof bevestigt de naheffingsaanslag BPM en verklaart het hoger beroep van belanghebbende ongegrond.