Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
Afdeling Civiel recht
1.Waar deze zaak over gaat
2.Het verloop van het geding
3.Inleiding
- i) [verzoeker] is tussen 1 februari 2004 en 1 juli 2004 bij de Staat op interim basis werkzaam geweest in de functie van [functienaam 1] bij de Directie Personeel & Organisatie van het ministerie van Justitie. Per 1 juli 2004 is eiser in deze functie geplaatst. Aan hem is een salaris toegekend behorende bij schaal 11, met (kort gezegd) vooruitzicht op verhoging naar schaal 12 bij goed functioneren.
- ii) Bij besluit van 27 februari 2007 heeft de Staat [verzoeker] ontslag verleend wegens onbekwaamheid of ongeschiktheid voor het door hem beklede ambt, anders dan op grond van ziels- of lichaamsgebreken. [verzoeker] heeft zich niet bij dit besluit neergelegd en dit heeft geleid tot diverse procedures bij de bestuursrechter en de Centrale Raad van Beroep. De Centrale Raad van Beroep heeft in zijn uitspraak van 26 februari 2015 geoordeeld dat bij [verzoeker] weliswaar sprake is (geweest) van ongeschiktheid, maar niet van ongeschiktheid anders dan wegens ziels- of lichaamsgebreken in de zin van art. 98 lid 1 aanhef Pro en onder g ARAR. Het ontslagbesluit is daarom herroepen (ECLI:NL:CRVB:2015:563).
- iii) [verzoeker] is vervolgens uitgenodigd voor een gesprek over de wedertewerkstelling binnen het ministerie van Veiligheid en Justitie. De toenmalige advocaat van [verzoeker] heeft aangedrongen op betaling van achterstallige bezoldiging over de periode 2007-2015 op basis van schaal 12, zijnde de schaal behorende bij [verzoeker]’s laatste functie. De Staat heeft zich op het standpunt gesteld dat betaling diende plaats te vinden op basis van schaal 11 en dat het bedrag waarop [verzoeker] aanspraak maakt om diverse redenen te hoog is. Partijen hebben hierover veelvuldig gecorrespondeerd.
- iv) Bij brief van 30 september 2015 heeft de Staat zich bereid verklaard [verzoeker] te bezoldigen in schaal 12. [verzoeker] wordt de functie van [functienaam 2] aangeboden, een functie op schaal 12 niveau. [verzoeker] heeft deze functie niet geaccepteerd en heeft zich – onder meer – op het standpunt gesteld dat hij (aanmerkelijk) hoger moet worden ingeschaald.
- v) Bij besluit van 1 maart 2016 is [verzoeker] – in verband met een destijds op handen zijnde reorganisatie – geplaatst in de uitgangspositie van [functienaam 2], schaal 12. Hiertegen heeft [verzoeker] bezwaar gemaakt. Bij brief van 31 oktober 2016 is [verzoeker] geplaatst in de functie [functienaam 2], schaal 12. Ook hiertegen heeft [verzoeker] bezwaar gemaakt.
- vi) In 2017 heeft de Staat [verzoeker] bericht voornemens te zijn hem per 1 september 2017 op te dragen deze functie uit te voeren. [verzoeker] heeft daarop te kennen gegeven het niet eens te zijn met de plaatsing in een functie in schaal 12, omdat daarmee geen rekening wordt gehouden met de gemiste carrièrekansen en elders in de tussentijd opgedane werkervaring. Dit heeft de Staat echter niet tot een ander besluit gebracht. Bij brief van 15 augustus 2017 is [verzoeker] verzocht zich op 1 september 2017 te melden op het werk.
- vii) Daarop hebben partijen opnieuw overleg gevoerd. De uitkomst van dat overleg is neergelegd in een e-mail van 24 augustus 2017 met de volgende inhoud: [verzoeker] zal per 1 september 2017 beginnen in de functie van [functienaam 2]; rekening zal worden gehouden met de behoefte aan een passend re-integratietraject; [verzoeker] zal uiterlijk in november 2017 een assessment doen bij een bureau dat NIP-geregistreerd is en dat zich houdt aan de voor die psychologen geldende beroepscode. [verzoeker] heeft bij e-mail van 1 december 2017 de conclusies uit het rapport van het door hem ingeschakelde assessmentbureau aan de Staat toegestuurd.
- viii) Bij e-mail van 20 december 2017 heeft de Staat een concreet voorstel gedaan voor een opbouwschema voor de werkzaamheden als [functienaam 2], ingaande per 15 januari 2018. Dit heeft echter niet tot werkhervatting geleid.
- ix) Met het oog op de re-integratie heeft [verzoeker] in de loop der tijd vele gesprekken gevoerd met [A] ([functienaam 3]), die vanaf november 2017 contactpersoon en aanspreekpunt is geweest voor [verzoeker]. [A] heeft ook mogelijkheden onderzocht voor het plaatsen van [verzoeker] in een nieuwe functie, zowel binnen de directie DP&O als daarbuiten. Hij heeft [verzoeker] bij brief van 17 december 2018 laten weten dat hij heeft besloten [verzoeker] een schaal 14 toe te kennen vanwege (kort gezegd) de werkervaring die [verzoeker] inmiddels buiten het ministerie heeft opgedaan.
- x) Vanaf 2018 heeft [verzoeker] een diverse malen aangedrongen op een gesprek met de toenmalige Secretaris-Generaal, [B]. Deze heeft hem telkens verwezen naar [A] en vanaf november 2019 naar [A] opvolger, [C].
- xi) Bij e-mail van 18 december 2019 heeft [C] aan [verzoeker] medegedeeld dat [D], [functienaam 4] bij de Directie DP&O, de taken op het gebied van de begeleiding van [verzoeker] van [A] zou overnemen. Er hebben enkele gesprekken tussen [verzoeker] en [D] plaatsgevonden. [D] heeft bij e-mail van 20 januari 2020 aan [verzoeker] laten weten dat hij een passende functie voor [verzoeker] heeft gevonden op schaalniveau 14, te weten coördinerend/specialistisch adviseur bedrijfsvoering. Verder heeft hij een concreet opbouwschema voorgesteld dat zou ingaan op 17 februari 2020.
4.Beoordeling
de Secretaris-Generaal, hof) uitgesproken dat hij zich pas na het eerste gesprek in jouw dossier heeft verdiept en dat wat hem betreft het beeld uit het eerste gesprek hetzelfde is gebleven. In 2004 ben je als high potential binnengehaald bij de toenmalige directie P&O en had je nog een beloftevolle loopbaan voor je. Vervolgens ben je in een arbeidsconflict terechtgekomen en ontslagen in 2007. Na een jarenlange juridische strijd is dit besluit door de hoogste rechter in 2015 terug gedraaid. Daardoor is jouw loopbaan in de knop gebroken en heb je de beste jaren van je leven om je te ontwikkelen en ontplooien moeten besteden aan een juridische strijd die je niet wilde. Na de uitspraak van de hoogste rechter in 2015 is er veel gebeurd om een oplossing te vinden. Alles bij elkaar is daarbij ondanks alle inspanningen die gedaan zijn de menselijke maat uit het oog verloren, namelijk de erkenning dat door een onterecht ontslag een loopbaan geknakt is met alle leed en verlies van aanzien en eigenwaarde die daarmee samenhangt. De SG heeft uitgesproken dat hij zich als eindverantwoordelijke schuldplichtig voelt om de situatie waarin je nu verkeert te veranderen in een waarin je met opgeheven hoofd uit kunt stappen. (…)”
ernstigverwijtbaar. Daarvoor is het volgende redengevend. Uit de parlementaire geschiedenis van de Wwz en rechtspraak van de Hoge Raad blijkt dat de wetgever de lat voor ernstig verwijtbaar handelen hoog heeft gelegd.
.Aangezien [verzoeker] voor het eerst in zijn beroepschrift om de transitievergoeding heeft verzocht, zal het hof bepalen dat de wettelijke rente vanaf de datum van het beroepschrift is gaan lopen.