De gemeente X heeft bezwaar gemaakt tegen de teruggaafbeschikkingen omzetbelasting over het eerste en tweede kwartaal van 2019 met betrekking tot de bouw van sportaccommodaties, waaronder een combibad, ijshal en indoorsportcentrum. Zij vordert een aanvullende teruggaaf op grond van de overgangsregeling bij de verruiming van de sportvrijstelling per 1 januari 2019.
De rechtbank heeft de beroepen ongegrond verklaard omdat niet is voldaan aan de cumulatieve voorwaarden van de overgangsregeling: er is geen koop-/aannemingsovereenkomst gesloten vóór 1 januari 2019 en de bouw is niet voor die datum aangevangen. De gemeente stelt dat deze voorwaarden alternatief zijn en beroept zich subsidiair op goedkeurend beleid en het vertrouwensbeginsel.
Het hof volgt de rechtbank en oordeelt dat de voorwaarden cumulatief zijn en dat de gemeente niet heeft aangetoond dat zij vergelijkbare verplichtingen is aangegaan die gelijkstaan aan een koop-/aannemingsovereenkomst. Ook het beroep op het gelijkheidsbeginsel en het vermeende ruime beleid van de Belastingdienst faalt wegens onvoldoende bewijs. De aanvullende teruggaaf wordt daarom afgewezen en de proceskosten worden niet toegewezen.