ECLI:NL:HR:2007:AY9008
Hoge Raad
- Cassatie
- L. Monné
- C. Schaap
- J.W.M. Tijnagel
- Rechtspraak.nl
Bevestiging dat Wet IB 2001 artikel 3:120 lid 9 ook geldt voor leningen vóór 2001 en geen vertrouwensbescherming voor renteaftrek
Belanghebbende kreeg voor het jaar 2002 een aanslag inkomstenbelasting opgelegd, waarbij de renteaftrek op een lening van vóór 2001 werd geweigerd. Na bezwaar en beroep bij het Hof werd het beroep ongegrond verklaard. Belanghebbende stelde in cassatie dat het vertrouwensbeginsel hem recht gaf op renteaftrek omdat de lening door de Inspecteur als eigenwoningschuld was geaccepteerd.
De Hoge Raad oordeelde dat artikel 3:120 lid 9 Wet Pro IB 2001 ook van toepassing is op leningen die vóór 2001 zijn aangegaan, waardoor de renteaftrek niet toekomt. Voorts stelde de Hoge Raad vast dat het Hof terecht oordeelde dat de eerdere acceptatie van renteaftrek over 2000 en 2001 geen rechtens beschermd vertrouwen schept, omdat die acceptatie niet het gevolg was van een inhoudelijke toetsing.
De klacht van belanghebbende dat er wel degelijk sprake was van een inhoudelijke toetsing in 2000 werd door de Hoge Raad erkend, maar dit bood geen grond voor het toekennen van renteaftrek in 2002. De Hoge Raad verklaarde het beroep ongegrond en wees proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt ongegrond verklaard en de weigering van renteaftrek bevestigd.